HomeDe aprilbewegingPagina 94

JPEG (Deze pagina), 835.47 KB

TIFF (Deze pagina), 6.66 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

bedoelingen "bewust" was ‘, aan deze zgn verpligting, aan
den pligt der loijanteit, voldaan?
Dat het ministerie Thorbecke bij de openbaarmaking van
die stukken door zijn opvolgers is gespaard, zal wel niemand
beweren. Zelfs een confidentieel schrijven van den heer van
Zuülen aan onzen gezant te Rome werd niet achtergehouden;-
een schrüven, ja aan de Tweede Kamer meêgedeeld, maar
kennelük niet geschikt, en waarlijk ook niet bestemd, om te mid-
_ den der heerschende spanning te worden publiek­gemaakt; -
I een schrüven dat, op­zichzelf` volkomen onberispelük , te mid-
j` den van het woeden der hartstogten de verbittering tegen
j den persoon des ministers nog moest doen toenemen. We
Willen echter aannemen, dat men de openbaarmaking ook
j van dien coniidentieelen brief in het belang der zaak noodig
g en pligtmatig heeft geacht; ­ dat men van den goeden stel-
j regel is uitgegaan: geen sparen van personen komt te pas,
* waar ’t het belang en de waardigheid van den Staat geldt.
j Maar waarom heeft 1nen dan toch van de voordragt, den
5 Gdên April door de ministers aan den Koning gedaan om de
{ adressen ter züde te leggen, alleen de conclusie meêgedeeld?
VVas het niet, in het belang eener juiste waardeering van
die voordragt, wenschelijk en noodig geweest, dat ook de
V l gronden waarop die conclusie rustte, waren publiek-gemaakt?
Was dáár in de Staatscourant geen plaats meer voor? En
ij Waarom werden achtergehouden de kabinetsbrieven van
j_ 22 November 1850 en 16 October 1852, waaruit blijken
kon dat heel de onderhandeling met toestemming des Ko-
nings was gevoerd en ten einde gebragt? Wist 1nen dan
S niet, welke lasterlüke geruchten juist omtrent dit punt waren
·" in omloop gebragt? En waarom liet 1nen achterwege twee
brieven van onzen gezant, de antwoorden van onzen minis-
ter van Buitenlandsche Zaken, en het advies, door het mi-
nisterie van Roomsch-katholieke eeredienst omtrent één dier
beide brieven gegeven? 1Vas het voor de natie soms van
geen belang, zich te kunnen overtuigen, dat door het at?
getreden bestuur niets was verzuimd om den kwetsenden
' vorm der kerkregeling voor te komen? En we behoeven
niet eens zooveel vragen te doen. Ze laten zich allen zamen-
trekken in één enkele stelling: er zijn stukken achterge- j
houden, op wier openbaarmaking èn de natie en het afge- i
treden bestuur regt had; ­ de natie, inzoover die stukken t
‘ hlll1lSiCl‘l(‘(‘l programma (Handd., dl. I, p. 5306).