HomeDe aprilbewegingPagina 92

JPEG (Deze pagina), 830.32 KB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

_ - 87 -
naar het oordeel des Konings aan de kerkelüke vrijheid der
Roomsclnkatholieken haar onbelemmerde loop niet moest
worden gelaten; ­ nu werd aan drie hunner hun verzoek
geweigerd, omdat "de voor hen bestaan hebbende aanleiding
tot voormeld verzoek is opgeheven ’." En inzoover dat wer-
kelük het geval was, zou men het kunnen billüken, dat zij
zich die weigering lieten welgevallen; - dat ze in het be-
lang van vaderland en Koning, althans wanneer geen ver-
Y_ loochening van overtuiging en beginselen van hen werd
X gevorderd, zich aan de leiding van 's Lands zaken in dien
moeüelijken oogenblik niet onttrokken. Maar zonder voorbeeld
of wedergade was het, dat ze hun handteekening plaatsten
onder een staatsstuk, dat de meest-stellige en scherpste ver-
oordeeling behelsde van de gedragslnn, door hun vroegere
ambtgenooten in vereeniging met hen-zelven gevolgd. Zon-
der voorbeeld of wedergade was het, dat ze die vroegere
ambtgenooten ten eenenmale verloochenden, om zich in een
"tegenovergestelde rigting" te werpen. `We weten het wel,
"de Regering acht hen te dien aanzien alleen verantwoor-
delijk aan den Koning en hun geweten2"; - daartoe sehänt
zich, onder de tegenovergestelde rigting, de verantwoorde-
lükheid der ministers te bepalen. ‘vVe weten ook wel, hoe
ter hunner verontschuldiging wordt aangevoerd, dat ze in
het ministerie Thorbecke niets anders waren dan specialitei-
ten; ­ dat ze voor de politieke rigting van dat ministerie
niet in het minst verantwoordelijk kunnen gesteld worden.
Maar wat bewijst het? Gesteld, het ware zoo; ­ gesteld,
de heeren Pahud, Enslie en Forstner van Dambenoy hadden
van regeringsbeginselen zóó weinig begrip , dat ze tusschen de
ä meest-tegenovergestelde rigtingen geen verschil zagen , of lie-
ver dat ze heden uit "overtuiging" konden veroordeelen, wat
ze gisteren uit "overtuiging" hadden goed-genoemd , ja gedeel-
telijk zelf gedaan; - zou het iets anders bewijzen dan dat
zulke mannen, hoe eerlijk en gemoedelijk ook, niet geschikt
waren om de Regering van hun vaderland te helpen leiden,
daar ze uit "overtuiging" zich tot bruikbare werktuigen
zouden leenen aan iedere bovendrüvende partü?
Inmiddels begonnen de zaken voor het nieuw­opgetreden
Bewind goed te staan. BQ de natie werd door de bevesti-
ging der drie ministers in hun betrekkingen het vermoeden
opgewekt, dat er in den vorigen Raad van ministers een
‘ Handel., dl. I. p. 300.
2 De minister van Justitie (Haudd., dl. II, bl, p. 4.51).