HomeDe aprilbewegingPagina 91

JPEG (Deze pagina), 849.38 KB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

_ 55 ...
staande wetten te verzwakken. ­ Dit vragen we toch, of
het met de wetten der betamelükheid overeenkomt, dat een
nieuw­optredend bewind zün kracht zoekt in verdachtmaking
züner voorgangers van majesteitschennis? VVe weten wel,
dat die beweerde schenning van de regten der kroon door
een hartstogtelüke menigte gretig geloofd is. WVe weten wel,
dat men zich­zelf door dat stelsel van züdelingsche ver-
dachtmaking in een oogenblik van spanning een tal van bond-
genooten heeft bezorgd. Maar toch meenen we, dat het
beneden de waardigheid eener Regering is, onbewezen be-
schuldigingen uit te brengen, waartegen den beschuldigden
geen zelfverdediging mogelük is, dan ten koste van het
constitutioneel beginsel. Toch meenen we dat het beneden
de waardigheid eener Regering is, juist op dit punt tegen
haar voorgangers de achterdocht eener natie op te wekken,
die zoo ligt geneigd is 01n in de mctdslieclcn niets anders
dan bloote dienaren der Kroon te zien. - Dit vragen we
eindelijk, of het met de wetten der betameläkheid overeen-
komt, dat een nieuw­optredend bewind zijn kracht zoekt in
vernedering van den persoon des Konings tot het hoofd
eener staatkundige partij? WVe meenden altüd, dat de wor-
steling der partijen kon en moest plaats hebben, zonder­dat
de Koning er persoonlük in gemengd werd. VVe meenden
altüd, dat het een zonderling waken voor de eer des Ko-
nings is, züne goedkeuring uit te lokken of af te vergen
van een programma, dat niets anders behelst dan uitvallen
tegen de mannen, die meer dan drie jaren lang onder en
met den Koning het roer van staat in handen hadden. lVe
meenden altijd, dat het een zonderling waken voor de eer des
Konings is , den ontslagen minister en het Hoofd van den staat i
als de hoofden van twee parthen op gelüke lijn te stellen, die
bü een naderende verkiezing om de zegepraal zullen wor-
stelen.
En zie! onder dat programma van het nieuwe ministerie
vond men de handteekening ook van drie leden van het vorig
` Kabinet. Als een bewüs, hoe weinig er reeds van den eer-
sten oogenblik af aan beperking van de kerkelhke vrijheid
der Roomsch-katholieken, en dus aan wegneming der Pro-
testantsche grieven, gedacht werd, diene de zinsnede uit
het koninklhk besluit van 23 April, waarbij ze in hun be-
trekkingen werden bevestigd, en dat gelijktijdig werd publiek-
gemaakt. Eenstemmig hadden de leden van het afgetreden
ministerie hun ontslag gevraagd, omdat ze meenden dat
1