HomeDe aprilbewegingPagina 89

JPEG (Deze pagina), 822.03 KB

TIFF (Deze pagina), 6.67 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

1
- 84 ·­- j
Parijs gcseind, tcrwül den ministers-zelven de zaak eerst dos
avonds ter oore kwam. En - men vroeg het zich­zelf niet I
zonder reden ­ "indien Fransche invloed niet in ’t spel is
geweest, waarom is de Fransche Gezant de eenige onder
züne ambtgenooten, die de burgerlijke beleefdheid jegens de
afgetreden ministers niet in acht heeft genomen? lrVaarom
is het de Fransche gezant, die door het geven van een
diplomatiek gastmaal het eerste huldebetoon geeft aan hunne
opvolgers? `Waarom is de Fransche Gezant de eenige die _
zich, zoo als algemeen bekend is, met zooveel lof e11 zelf-
tevredenheid over den tegenwoordigen stand van zaken in
Nederland uitlaat? "’ In verband met dit een en ander begon
men de vrees te koesteren, dat welligt uitwissching van het
jaar 1848 uit onze geschiedenis werd beoogd, - dat de te-
rugkeer werd voorbereid van de gelukkige dagen, toen de
belastingen productief werden gemaakt en de dagbladpers
werd vervolgd en het bestaan eener openbare meening in
’s lands hoogste vergaderzaal door de Regering ontkend. De
plotselinge sluiting van het zittingjaar der Kamers, daags na de
optreding van het nieuwe bewind, deed die vrees nog toene-
men. Men begon den toestand zóó gevaarvol te achten,
dat men tot de oprigting van een nieuw dagblad overging,
aan de verdediging der constitutionele beginselen, aan dehand-
having onzer grondwettige regten en vrüheden toegewüd.
Die toestand van spanning en onzekerheid bleef vijf da-
gen lang voortduren. Eerst op den 26SmH April scheen het
ministerie tot bewustheid van zgn stelling te zgn gekomen
en zich een gedragslün voor de toekomst te hebben afgeba­­
kend. De sluiting van de zitting der Staten-Generaal - die
blijkbaar geschied was om tüd te winnen, en om zich te ’v
kunnen beraden over de rol die men spelen wilde - werd
op dien dag achtervolgd door de ontbinding der Tweede
Kamer. Gelijktijdig, en onmiskenbaar met het oog op de
aanstaande verkiezingen, ging 1nen over tot openbaarma-
king van de stukken, die door het vorig Gouvernement over
de Roomsch­katholieke kerkregeling met den pauselüken
Stoel waren gewisseld, - en tot uitvaardiging van een pro-
gramma, waarin door het nieuw­opgetreden Bewind een
geloofsbelädenis voor het oog der natie werd afgelegd.
Het is noodig, dat we op deze eerste handelingen van
het ministerie, dat was opgetreden om de eer der Neder-
l Een vliegend blaadje (bij C. Menzel Jr.), III, p. G.