HomeDe aprilbewegingPagina 87

JPEG (Deze pagina), 793.25 KB

TIFF (Deze pagina), 6.64 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

E ·z
- 82 - ll
`
tcstantschen zin besturen. Zijn houding zou in overeonstem­ l
1ning wezen met zijn roeping. ’t Is waar, op­ziehzelt` wa-
ren de namen der nieuwe ministers weinig­gesehikt om dat
vertrouwen te regtvaardigen. De rigting van den heer van
Reenen kende niemand; ­ men wist alleen, dat lin als bur-
gemeester van Amsterdam znn ontslag zou hebben genomen,
wanneer de vorige minister van Binnenlandsche Zaken aan
het bewind was gebleven. De heeren Lightenvelt C11 Don-
ker Curtius hadden in 1848 een zeer werkzaam aandeel ge-
nomon aan de vrüzinnige grondwetsherziening; ­ ze hadden nl
in het zesde hoofdstuk de veranderingen helpen tot stand
brengen, waardoor de kerkelijke vrüheid ook der Roomseh-
katholieken in zoo hooge mate was uitgebreid, en waartegen
een deel der Protestanten zich toen met zooveel nadruk ver-
zet had. De heer van Doorn ­ die, daags vóór zäne optreding
als minister, in de Tweede Kamer nog verklaarde dat hü
"geenszins om andere oogmerken of bedoelingen in de hand
te werken" de kerkregeling dor Roomsch-katholieken had
ter sprake gcbragt - had alleen over den vorm zün misnoegen
te kennen gegeven, over den vorm waarin de nieuwe orga-
nisatie aan het Gouvernement was voorgelegd. En de heer
van Hall- die helaas! niet in Toskane of in Zweden leeft,
daar lin zoo gaarne als martelaar voor de godsdienstvräheid
zou willen lijden ­ had het nog-onlangs met ronde woorden
uitgesproken: "Ieder kerkgenootschap heeft het regt om zich
wy te organiseren ’." Dit alles was voor degenen, die uit
gemoedelnken godsdienstijver de adressen hadden ondertee~
kend, niet zeer geruststellend van aard. Maar 1nen bouwde
zün hoop op de magt der onistandigheden. Men meende dat
het tüdstip en de oorzaak hunner optreding de nieuwe mi-
nisters vanzelf in een bepaalde rigting zou voortstuwen. lIen
verwachtte, dat de mannen, die ­ naar men zeide ­ door
’s Konings vertrouwen geroepen waren "om den `Ultramon­
tanen in Nederland geen voedsel te geven °2," dat vertrou-
wen en de hoop der "Nederlandsche natie" niet zouden te-
leurstellen. llden begreep dat de optreding van een nieuw
ministerie in de gegeven oinstandigheden niets meer kon zün
dan het begin van het einde, - dat de verandering van per-
sonen met verandering van beginselen diende gepaard te
gaan. En men meende te goeder trouw, dat zulks gebeu-

' De heer van Hall (Handd., dl. I, p. 236). l '
° CllI'Cllï1l!‘C(lC1` vereeniging Koning en Vaderlmzcl(Haand.kronijk,V,p. l
jl