HomeDe aprilbewegingPagina 81

JPEG (Deze pagina), 805.27 KB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

_,- is ’ ‘ Z" {
ä ­ ve ­- r
L keuring, tegen het Hof van Rome in een clemonstmtie van
E gevoeligheid ondersteund werd‘." En die motie werd aange-
‘ nomen met een meerderheid van veertig tegen twaalf stem-
il men. Van die twaalf stemmen moeten er nu nog zeven
r. worden afgetrokken. Vle mogen aannemen, dat de Ro0msch­
I katholieken tegen­stemden, deels omdat de vorm der motie
_. hun nog niet duidelijk genoeg was, maar vooral omdat ze
i geen afkeurend oordeel over een handeling van hun geeste-
,· luk opperhoofd wilden uitbrengen. In heel de Kamer wer-
den dus eigenlijk slechts vijf leden gevonden, die met de
gedragslhn, door de Regering gevolgd, zich niet konden
Yi vereenigen. En onder die vijf waren nog de drie vertegen- j
ll, woordigers der christel§k­historische school.
Men ziet het, de zegepraal van het ministerie was volko­ `A
men. VVie het tegendeel gewenscht hadden, ze vonden zich
bü de uitkomst jammerlijkbedrogen. Terwijl de Regering H
tegen volksdriften en vooroordeelen een zwaren kamp heeft
j te strüden, - terwül een rusteloos-aanwassende stroom van
`­ adressen den persoon des Konings om afwending vraagt van Y_
TA ’tgeen de Regering als grondwettig had toegelaten, wordt i
het teedere vraagstuk in ’s Lands hooge vergadering ter j
{ sprake gebragt, en ziel haar oordeel over de handelingen il
der Regering is goedkeurend, volkomen­goedkeurend, büna l
j eenstemmig-goedkeurend. De moehelijkheid wordt niet ont- l
l weken, maar overwonnen. Het blijkt, dat het ministerie
` voortdurend in het vertrouwen der volksvertegenwoordiging
blüft deelen. Van dat vertrouwen ontvangt het een nieuw,
sterk-sprekend, in dezen zorgwekkenden oogenblik dubbel-
belangrük, bewhs. Zijn voortbestaan is verzekerd. i
.l Zoo scheen het. _
Maar drie dagen vroeger had in de hoofdstad des Rüks
j een gebeurtenis plaats gegrepen, die een geheel­andere uit- '
jij; komst te voorschün riep. .
Den lldêu April had de Koning zich naar Amsterdam ‘.
begeven. En lag in die reize op­zichzelf niets bevree1n­ H
dends, ­ was ’t op­zic·l1zelf niets anders dan een herhaling
tl van ’tgeen de Nederlandsche koningen gewoon zgn telken _
j jare te doen, ­ de keuze van het tijdstip bleef niet onopge­ Z
merkt. Het kon, naar men meende, den Koning niet onbe-
jj kend zän gebleven, dat er in Amsterdam een algemeen pe-
' De Ned., N°. 868. ï
`