HomeDe aprilbewegingPagina 80

JPEG (Deze pagina), 819.94 KB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

._ 75 ..-
van Rome zün of zullen worden gedaan," moge overgaan tot
de orde van den dag. Wiat lag in dat voorstel, uit den aard der
zaak, opgesloten? Drie dingen. Vooreerst, dat de oorzaak der
ontstaneverwikkelingen bü den pauselüken Stoel was te
zoeken. Ten tweede, dat de Nederlandsche Regering, vol-
gens de meening der Hamer, de zaak naar behooren behar-
tigde. En ten derde, dat de Regering met een gevoeligheids­
betoon over den vorm, en da.t wel alleen over den vorm waarin
{ de organisatie aan het Gouvernement was medegedeeld, kon
A6 volstaan, terwül de bevoegdheid van den pauselüken Stoel
`Z.. tot de zaak-zelve en de grondwettigheid van het lijdelijk
L toezien der Regering stilzwijgend erkend werd. Ook dit
laatste punt kan aan geen twijfel onderhevig zijn;­ er is
niet de minste dubbelzinnigheid in het woord “daar0mtrerit."
Ik wäs op de geschiedenis van een amendement, door een
T afgevaardigde uit Zeeland voorgesteld, om namelük in
i plaats van "daaromtre¢zt" de woorden "0mtrent der. vorm" te
g bezigen. Ik wijs er op, hoe dat amendement werd inge-
1 trokken, omdat die uitdrukking overbodig werd gerekend.
Trouwens, wat had de Kamer van de Regering gehoord? Dat
A er krachtige vertoogen gedaan waren of zouden worden .....
Vlïaarover? Om de zaak zelve geheel of gedeeltelijk te kee-
ren? Neen; ­ alleen tegen den vorm. Wil men echter
nog-sterker bewijzen? De voorsteller gaf zelf de verkla-
ring, dat hij zijn motie gedaan had, "niet met het oog op
de zaak, maar op den vorm "’. En inhoeverre met het oog
op den vorm? Ook inzoover ons Gouvernement, volgens
sommigen, kon geacht worden de schuld van den gekozen
i vorm, voor een deel althans, door zijn lijdelijk toezien op
J zich te hebben geladen? WVaarlijk niet. Het is weinig tgds
it later aan het licht gekomen, dat de voorsteller vooraf met een
bekenden voorstander van het ministerie over zgn motie had
J geraadpleegd, - dat hü diens medewerking had gevraagd en ver-
,» kregen, - en dat men omtrent dit ééne punt overeen was ge-
. komen : "geenerZei afkeuring van het gedrag van het Jlliïzisterie 2."
Omtrent zin en strekking der motie kan, na al het ge-
1 zegde, wel geen twijfel meer zijn overgebleven. VVat ze spot-
tenderwüs genoemd werd, dat was ze werkelük; ­ "een
‘ motie, waardoor het Gouvernement, zonder zweem van af-
‘ De heer van Doorn (Handel. enz., Dl. I, p. 296).
2 De heer van Hoëvell, in de zitting van 19 Augustus 1853 (Bijblad der
buiteng. zitting, p. 252).