HomeDe aprilbewegingPagina 76

JPEG (Deze pagina), 814.49 KB

TIFF (Deze pagina), 6.62 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

-‘: =-, · H H-­--­ .. M .. .....;.4.........ï;Z...,...,...,.i.....,i.._,,r,.___,m,Lm _, _ V .`_. , _, .
_ 71 ._ 1
op de grondwet werd door niemand weêrsproken. WVel
poogde men haar te bewijzen , dat ze een andere gedragslän had
behooren te volgeng- maar men deed dit buiten de grondwet
om. "De fout ligt in het eerste antwoord aan den pause-
lijken Stoel. De vraag: wilt gij handhaving van het con-
cordaat of eene nieuwe schikking? had de Regering op een
bn nitnemendheid gunstig standpunt gebragt. Toen had het (
Gouvernement moeten zorgen, dat het of het concordaat
behield, of iets beters ’." De R.egering antwoordde teregt,
’ dat zij dan "tot ieder organiek reglement van ieder kerkge-
nootschap" zou moeten medewerken en een ander stelsel
volgen, dan volgens hare meening - en ze had er kunnen ’
büvoegen: ook volgens de meening van haren bestrüder ­ M
het stelsel der grondwet was. Men wees op een rigting
in de Roomsch-katholieke Kerk, waartegen waarborgen in
den Staat worden vereischt. De Regering antwoordde: vreest ,
; men voor onwettige handelingen, "de Regering zal zooda-
( nige handelingen weten te keeren, maar de leerstellingen
zal zg overlaten aan het geweten van hem, die ze belijdt,
_ hij zij Katholük, hg zg P1`Ot€St3,11t2." Men herinnerde: "het
hoofddenkbeeld in de behandeling der Roomsch-katholieken
is steeds geweest de meest mogelijke verdraagzaamheid, maar
tevens scherp toezigt; zooveel mogelnk ruime gewetensvrn-
% heid, maar niet, in de uiterste consequentiën, toelating van
al hetgeen zou Icmmen gezegd worden tot de eischen en be-
hoeften der Roomsch-katholieke kerk te behooren “." De
Regering had zich tegenover dien bestrüder kunnen verde-
digen met diens eigen woorden, dat namelijk "de Kerk niet
( behoort te zgn, om het zoo uit te drukken, vogelvrtg`; - dat (
zij in hare vrijheden en regten van staatsvvege behoort te
worden beschermd volgens de eigemearcligheicl der Kerk ; "’ ­ het l
was haar genoeg , te herinneren aan "de gelükheid der gezind-
( heden." lIen wierp de vraag op, "of een vreemdeling regten
kan afleiden uit eene Nederlandsche wet. Een Nederlander
alleen" - zoo meende men ­ "schijnt regten te erlangen uit
eene Nederlandsche wet; een vreemdeling door contracten,
· ' De heer Groen (Handelingen enz., Dl. I, p. 293).
2 De heer Thorbecke (idem, p. 290).
¥ 3 De heer Groen (idem, p. 270).
" De heer Groen (idem, p. 114).
i