HomeDe aprilbewegingPagina 75

JPEG (Deze pagina), 810.76 KB

TIFF (Deze pagina), 6.62 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

.. 70 _.
nootschap tegen de Regering verlevendigend, regtvaardigde
tegelijk de gedragslün, door de Regering tegenover het
Roomsch-ïcatïwlieïce kerkgenootschap gevolgd, als volkomen-
grondwettig.
Men had nog een andere grieve, en ze was wel de ge-
wigtigstc van allen; ­ “het stelsel van lädelijk toezien, door
de Regering gevolgd, was miskenning van de grondwet?
Alweder stond de afgevaardigde uit Nijmegen onder de be-
sehuldigers vooraan. "De Regering" - zeide hg - "heeft...
door in deze zaak zich tot niets doen te beperken, mäns f
inziens gehandeld tegen den onmiskenbaren geest der grond-
wet ’.” Zijn geestverwant, de afgevaardigde uit Zwolle,
herhaalde de aanklagt. "Dat systeem van lüdelijk toezien
is eene miskenning van de Grondwet. Om in den zin der
Grondwet te waken, is daartoe niet meer noodig dan Zgde-
Zykheid 2?" In antwoord op die beschuldigingen veroorloofde
de Regering zich de vraag, "of in de Grondwet eenig be- ;
ginsel is, waaruit men zou kunnen afleiden een regel van (
handeling dien het Gouvernement had moeten volgen, en
dien het Gouvernement in dit geval zou hebben verzuimd3." .
Door die vraag poogde zij den strijd op het ware terrein
over te brengen. Zij poogde haar tegenstanders te herinne-
ren, waar het hier eigenlijk op aankwam; ­ op het betoog
namelijk, dat de Regering een of ander verzuimd had, dat *
haar door eenig artikel der grondwet bepaald was voorge-
schreven. Ze deed meer. Ze beriep zich te harer verde-
, diging op de grondwet. Ze wees op het laatste gedeelte
van artikel 170, waar gezegd wordt, dat de tussehenkomst
der Regering niet wordt vereischt, behoudens verantwoor- _
delijkheid volgens de wet, bij de afkondiging van kerkelüke
voorschriften. Zij meende teregt, dat het hier - wanneer
men althans geen willekeurige, door niets gebillükte, on-
e derscheiding wilde maken - een kerkel§k voorschrift gold, ­ (
een regeling van het Roomsch-katholiek kerkbestuur geheel
binnen den. kring der Kerk, en zonder-dat eenige staatswet was
overtreden; ­ dat uit dien hoofde haar lijdelijk toezien geen
1niskenning, maar eerbiediging van de grondwet verdiende
genoemd te worden. En het is opmerkelijk, haar beroep
‘ De heer van Lijnden (Handelingen enz., Dl. 1, p. 263). V
’ De heer Groen (idem, p. 268). `
U De hcer Thorbecke (idem, p. 288).
i