HomeDe aprilbewegingPagina 74

JPEG (Deze pagina), 826.72 KB

TIFF (Deze pagina), 6.62 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

" i
i;
- 69 - l'

stelt. De Regering liet dan ook die oppervlakkige en ken- i
nelijk­verl~:eerde grondwets-uitlegging voor hetgeen ze was.
Ze had genoeg te doen met naar een bevredigende beant-
woording van de, op nieuw opgeworpen, vraag te zoeken: c
"hoe rijmt men die volkomene vrnheid voor de Roomsche
met het onophoudelüke toezigt over de Ilervormcle Kerk ‘?" ,
Onmiskenbaar steunde haar verdediging op beter gronden,
dan vijf dagen vroeger. Ze deed nu vooral uitkomen, dat die
beperkende voorwaarden aan het Hervormde kerkgenootschap
" waren opgelegd "in een tusschen­toestand." Het bewind
moest door de Regering aan de Kerk worden teruggegeven. (
"lVIaar wie vertegenwoordigt de Kerk? Dat was de vraag. jl
Er waren kerkelijke autoriteiten, die de bevoegdheid van li
de synode om een zoo onbepaald gezag uit te oefenen, als
men meende te doen, ten ernstigste betwistten 2." Daaruit .
was de oorsprong te verklaren van die beperkende voor- l
Waarden; ­ ze waren in het belang van het kerkgenootschap,
op aandrang van kerkelijke besturen, indertijd gemaakt. hïlaar
er bleef altüd één uitzondering; ­ de reserve, waarin sprake
is van de grenzen der jurisdictie van de kerkbesturen. Ook
de Regering kpn het niet ontkennen. En voorzeker, dat
was een uitzondering, niet van geringe beteekenis of onder-
geschikt belang. Maar heel deze zaak kon niet worden aan-
gevoerd als bewijsgrond, dat de Regering de kerkelijke vrij-
heid der Roomsclnkatholieken nu eveneens had moeten aan
banden leggen. Wat kon het Hervormde kerkgenootschap,
dat de verbindende kracht der elf beperkende voorwaarden, I
door den Staat gesteld, van den beginne af ontkend had, ­
wat konden de antirevolutionaire leden der Kamer, die met (
·­ de synode voor de "zelt`standigheid en onaf`hankelijkheid"
der Kerk in de bres waren gesprongen, billnkerwnze vor· l
deren? Dat de Regering een staatstoezigt zou volhouden en
uitbreiden, dat zij vroeger altijd met den naam van ongrond-
Wettig hadden bestempeld? Immers neen. Men kon alleen
vorderen, dat hetgeen men aan anderen in overeenstem-
ming met de grondwet zag toekennen, ook aan het Her-
vormde kerkgenootschap mogt worden vergund. De herin­ i
nering aan de geschiedenis der elf' beperkende voorwaarden,
ofschoon een regtmatige grievc van het Hervormde kerkge-
* De heer Groen (Handelingen enz., Dl. I, p. 268). Q
2 Do heer van Bosse (idem, p. 277). (