HomeDe aprilbewegingPagina 72

JPEG (Deze pagina), 801.15 KB

TIFF (Deze pagina), 6.58 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

I
-.- 67 ...
schied met voorkennis en op last van zijn Gouvernement,
waarop .... . een ontkennend antwoord is gegeven ‘." Dat
bewüs werd als afdoend aangenomen. Trouwens, niemand
i kon weten, wat alleen de Regering wist maar geen van
hare leden zich op dien oogenblik schijnt herinnerd te hebben,
dat namelijk de toezending der allocutie aan onze Regering
reeds den l2<l@¤ Maart 200 ojjicieel mogelgk had plaats ge-
vonden door den kardinaal Antonelli. Maar óók schijnt
het niemand in de gedachte te zün gekomen, dat aan een
i' protest tegen de pauselijke allocutie en breve voor onze Re-
gering niet te denken viel, om de eenvoudige reden dat
de meêdeeling van die beide stukken het karakter had eener
mededeeling, niet van het eene Gouvmmemevzt aan het cmdere,
maar van het karkelgk en geestelqk hoofd der 1VecZerZcmcZs0he
Roomsch-kc¢t7z0Zie7ce2z aan de Regering van den Staat waarin
dat kerkgenootschap gevestigd was; ­ en dat het den Staat
in ’t algemeen niet voegen zou, tegen kerkelgke leerstellin-
gen en opvattingen te protesteren, ­ veel-minder nog tegen
kerkelgke opvattingen, die door een groot deel der Neder-
landsche bevolking worden gedeeld en als zoodanig eerbie-
diging verdienen, zoolang de regten van andersdenkenden
er niet jëitelg/c door gekrenkt worden. Dat men niet met
"het Hof van Rome" te doen had, ­ dat men daarmeê nooit
te doen had gehad, ook niet tgdens de onderhandelingen
over de vernietiging van het concordaat, - dat toen de on-
derhandeling gevoerd was bivmezzslcmds, en niet met den
( vertegenwoordiger van het Hof van Rome, maar met den.
j vi0c­super£0r der Ilollcmdsche Zendiozg, werd geheel uit het
l oog verloren. Ook de leden der Regering spraken in heel
deze discussie telkens van "het Hof van Rome" waar van
den pauselüken Stoel sprake had moeten zün. Het verwijt
was niet ongegrond: "VVaarom dan gesproken van het Hof
van Roma, als men meent, hier alleen met een geestelgk op-
perhoofd te doen te hebben ’?" De Regering, bewerende
dat een protest van hare znde tegen de pauselijke allocutie
en breve niet te pas kwam, had het regt volkomen aan haar
zijde; ­ maar haar beste wapenen liet ze ongebruikt liggen.
Haar overwinning, zóó behaald, was niets dan een over-
winning in schijn.
' De heer van Zuijlen (Handelingen enz., Dl. I, p. 276).
9 De heer van Lijndcn (idem, p. 261). -1 {
0 ‘