HomeDe aprilbewegingPagina 71

JPEG (Deze pagina), 786.94 KB

TIFF (Deze pagina), 6.58 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

I
te gaan; ­ en gelegenheid gehad om over de gedragslijn,
door het Gouvernement gevolgd, zich een oordeel te vormen.
Men vermoedde dus, dat de strijd zich nu niet langer tot
algemeenheden zou bepalen; - de grieven konden nu scher­ i
per en naauwkeuriger worden geformuleerd, en van-zelf zou
daardoor de Regering genoodzaakt worden om, bij de ver-
dediging van haar gedrag, meer tot bijzonderheden af te
dalen. En dat vermoeden was niet ongegrond. Grieven
van onderscheiden aard, die in de vorige zitting slechts ter-
loops waren aangestipt, werden nu uitvoerig ter sprake il
gebragt.
"De Regering was verpligt geweest, de pauselüke allo-
cutie onmiddellijk met een protest te beantwoorden."
Een afgevaardigde uit Nijmegen drukte het in deze krach-
tige bewoordingen uit: de Regering "heef`t de eer en waar-
digheid des Lands verwaarloosd , door met geen enkel woord
te protesteren tegen de aanmatigende taa.l van het Hof van
Rome, in de pauselijke allocutie en Apostolische brieven
gevoerd ‘." Dat oordeel grondde zich op de meening, ook
door een warm voorstander van het ministerie gedeeld (of`-
schoon deze niet op een protest aandrong): "Die allocutie
is niet meer eenvoudig een kerkelijk stuk..... Thans is die
allocutie een smaistuk geworden, door het ééne Gouverne-
ment aan het andere medegedeeld 2." De minister van Bui-
tenlandsche Zaken kwam daartegen op. ontkende, dat
de allocutie op ofücieële wijze aan de Regering was meê­
gedeeld. De breve alleen "draagt het kenmerk eener ofii- (
cieële mededeeling ”." In de begeleidende missive van den (
internuntius, d.d. 7 April, stond het met zóóvele woorden l
te lezen, dat de toezending plaats had "ten gevolge der
officieële mededeelingen, in de jongste dagen ontvangen van
Z. Emin. Monsignor den Kardinaal Antonelli '*." De toe-
il zending der allocutie daarentegen was niets anders dan een
beleefdheid van den heer de Belgrado. De minister had
daarvoor een sterksprekend bewijs: “Toen de internuntius,
na toezending der pauselijke allocutie, zich bij mij vervoegde,
heb ik uitdrukkelijk gevraagd, of die overlegging was ge-
' De heer van Lijndcn, (Handelingen enz., Dl. I, p. 262).
’ De heer van Hoëvell (idem, p. :257).
3 De heer van Zuijlen (idem, p. 276).
‘ Woorden uit Bclgrado’s brief (idem, p. 195).