HomeDe aprilbewegingPagina 69

JPEG (Deze pagina), 785.73 KB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

·- G4 ­- E
dig. - Haar taak was anders in deze discussie niet ongemak-
kelijk. De eenige afgevaardigde, die zich tegen de kerk-
regeling der Roomsclrkatholieken als zoodanig aankantte ’, ­
die er openlijk voor uitkwam: "lIen had kunnen trachten,
de thans afgeschafte regeling nog eenigen tüd, nog zoolang
te behouden, als dit voegzaam en goed kon geacht wor-
den ’," ­ verklaarde zelf dat hi` "de uaestie van het regt"
> .l q 0
geheel 1H het midden het. Een afgevaardigde uit de hoofd-
stad, die weldra een tegenovergestelde rigting zou inslaan,
huldigde 0 enli`k het beginsel: "Ieder kerkgenootscha heeft
b .l ze rn
het regt om zzch zehf te organiseren 8." En aantoonen dat
kerkelijke vrijheid, in den zin waarin ze door de Regering
werd begrepen, met letter en geest van de grondwet niet
was overeen te brengen, deed niemand. lIen liet de grond-
wet eigenlijk ter zijde. De vraag waar het eigenlijk op aan-
kwam, werd door niemand opgeworpen. De beschuldigin-
gen, door sommigen tegen de Regering ingebragt, waren
gen0egzaa1n­allen gegrond op dan indruk, dien de kerk-
regeling der Roomsch-katholieken had gemaakt. En daar-
tegen werd door de Regering ingebragt, dat zij “volgens de
beginselen der grondwet" aan de kerkelijke vrüheid van het
Roomsch-katholieke kerkgenootschap haar onbelemmerden
loop had gelaten, ­­ dat ze uit dien hoofde aan de voorge-
nomen kerkregeling vreemd had moeten bli`ven en dus
c tv 9
ook den ongunstigen indruk, door die kerkregehng gemaakt,
onmogeläk had kunnen voorkomen. Gelijk de minister van
Buitenlandsche Zaken het uitdrukte: "De Regering heeft
niets gedaan" ­ “om te beletten, dat de organisatie der
Roomsch­Katholieke Kerk plaats grijpe" -; "maar ik meen,
dat juist hierin de regtvaardiging der Regering ligt opge-
sloten ”." En zij vergat niet, te harer verantwoording in
herinnering te brengen, hoe geheel-vrije kerkregeling, gelijk
‘ ze nu tot stand was gekomen reeds drie °aren lang telkens
ED 7 D
bij de behandeling der Begrooting door den minister van
Roo1nsch­katholieke eeredienst als ophanden was aangekon-
digd, zonder­dat daartegen uit den boezem der Tweede Ka-
mer één enkele stem was opgegaan.
WVij meenen in het voorgaande de hoofdpunten der dis-
cussie tot welke de inter Jellatie van den afgevaardigde uit
9 l c» ¤
1 De heer Gevers. 2 Handelingen enz., p. 232.
3 Idem, p. 236. ‘ Idem, p. 239. `
i