HomeDe aprilbewegingPagina 67

JPEG (Deze pagina), 786.82 KB

TIFF (Deze pagina), 6.60 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

-­ ($2 -­
hun inwendig bestuur betreft, toegekend ‘," had ze zich
van de regeling vreemd gehouden; ­ de bisdommen waren
zonder haar medewerking en zonder haar voorkennis tot stand
gekomen. Ze ontkende daarom niet "het minder voegzame"
van den gekozen "vorm." Doch tot een protest van de
züde der Regering kon dit geen aanleiding geven; ­ de
minister van Buitenl. Zaken maakte de zeer juiste opmerking:
"Een protest kan dan alléén te pas komen, wanneer uit
stilzwijgen berusting kan worden afgeleid 2." Varen de
voorafgaande meêdeelingen, die men bij herhaling en met
aandrang verzocht had, niet ontvangen; ­ onmogelijk kon
de Regering daardoor hare waardigheid gekrenkt achten.
"Hoogstens kan er gevoeligheid door worden opgewekt ," en
die zou te Rome ­ men bepaalde zich tot deze bedekte aan- _
duiding ­ "niet oezopgammdct blgvcn 3." De Nederlandsche
gezant te Rome was in heel de zaak niet gemengd geweest; ­
de onderhandelingen over de vernietiging van het concor-
daat waren tusschen den vorigen minister van Buitenland-
sche Zaken (van Sonsbeeck) en den pauselijken internuntius
te ’s Hage gevoerd.
Aan weêrspraak tegen dit een en ander ontbrak het niet.
Een afgevaardigde uit Leyden ‘ deed de vraag, wat men
met een gezant te Rome deed, wanneer zulke hoogst­gewig­
tige zaken buiten hem om behandeld werden. De Regering
antwoordde, dat in het tegenovergesteld geval met even-
veel regt zou kunnen gevraagd worden, wat we met een
minister van Buitenl. Zaken in ’s Hage doen. En ze had
er kunnen bijvoegen, dat het voor de Protestanten veel-
kwetsender en met het constitutioneel beginsel omtrent de
betrekking tusschen Kerk en Staat in strijd zou geweest
zgn, met een kerkgenootschap als met een Magt tegen-
over den Staat in overleg te treden door middel van den
F Nederlandschen gezant. ­ Het hoofd van het christelijk-his-
torische driemanschap 5 beweerde, dat het hier gold, niet
een inwendige organisatie, maar het naar buiten war/een van
zulk een organisatie. Hij vroeg, of niet uit dien hoofde
"verstandhouding en gemeen overleg" welligt, in verband 1
­­~­­­-­···- l
' De heer Strens (Handelingen enz., Dl. I, p. 225). l
2 De heer van Zuylen van Nijevelt (idem, p. 240).
5 3 De heer van Zuylen van Nijevelt (idem, p. 230).
4 De hoer Gevers. 5 De heer Groen van Prïnstercr. j
l