HomeDe aprilbewegingPagina 60

JPEG (Deze pagina), 710.75 KB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

_ 55 ...
onze Roomschgezinde landgenooten. Maar wat wij hun niet
gunnen is dit, dat hun paus hier züne prefecten of stadhou-
ders benoemt, - dat hun paus het vrij gevochten Nederland l
gaat inlüven in zijn kerkgebied, ­ dat hun paus zgn hierar-
chie hier vestigt, ­ dat hun paus hier bisschoppen en aarts-
bisschoppen aanstelt, die hem een onbepaalde gehoorzaam-
heid zweren en door hem zich tot alles laten gebruiken ‘."
Kan het duidelijker?
j “’t Wras niet de kwestie of de Roomschen ook geestelij-
I ken zouden mogen hebben, die zij onder clkcmdcr hunne bis-
schoppen noemen." Dat was de kwestie wel. Ook uit de
vlugschriften en pamphletten van die dagen is het te bewgzen.
X/Vij beweren niet , dat er geen uitzonderingen hebben bestaan.
X/Vij beweren niet, dat eerbiediging van de grondwettige vrij-
heid der Roomsch-katholieken niet door sommigen - zooveel
ze dat althans, in die dagen van hartstogt, met de regten der
Protestanten bestaanlijk achtten ­ ook in geschrifte zou zijn
aanbevolen. Maar gelijk in de adressen, gelijk in "de Fakkel,"
zoo stond ook in de meeste vlugschriften de wenschelijk- '
heid van vvering der bisschoppen op den voorgrond. In een
tal van kreupelrijmen werd het gedurig herhaald.
"Tot wat prijs geen Bisschopsstoct,"
zong een historisch dichter 2. Even rond en openhartig
kwam een ander er voor uit.
"Hij (de Koning) leen aan Home's Hierarehie
Green plaats in ’t Vaderland 3."
G- Een derde smeekte den Koning, al zingend:
"Laat alles zoo het was tot nu, ‘
En duld geen Hierarchie 4."
En voor die kreupelrijmen moge men den neus optrekken.
Mein moge ze beschouwen als dingen van weinig waarde
en beteekenis. De geschiedschrijver der Aprilbeweging is
verpligt, ze aan de vergetelheid te ontrukken. Yi/vant die
kreupelrijmen, bij honderden en duizenden gekocht en gele-

‘ De Fakkel (1853), n°. 17. 2 Utrechts Bisschoppen, p. 13.
2 Bijbel en Oranje (bij J. D. Doorman).
" Ontboezeming uit Utrecht bij ’s Konings vertrek uit Ainstcrxlain (bij J.
ll. Siddré).