HomeDe aprilbewegingPagina 58

JPEG (Deze pagina), 782.95 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

I
E
if sehen moeten daarvan nog worden uitgezonderd, want
· daar zijn de gemeenteleden niet door hun kerkelijke be- j
sturen in de zaak gemengd, en dat adres drukt alleen de
individuele zienswüze van de leden der synodale commissie
uit. Dit alles moet den lezer overtuigend doen zien, dat
het groote meerendeel van de Nederlandsche Protestanten
aan waarborgen, aan beperkende voorwaarden, niet-genoeg
meende te hebben. Het moet hem overtuigend doen zien,
dat één zelfde antipapistische geest het Protestantsehe volk
in stad en dorp bezielde. Ja, we mogen veilig aannemen,
dat het alleen de predikanten zijn geweest ­ misschien ook
de aanzienlijken ­ die op enkele plaatsen l1et petitionnement
binnen de palen der gematigdheid hebben gehouden; ­ en
dat die gematigde adressen uitzonderingtm 0p dan regel zijn
geweest. Over ’t algemeen bedoelde het petitionnement
dit ééne: wering der Roomsche bisschoppen van den Ne-
derlandschen bodem. De verwantschap der beweging van
1853 met die van 1841 is daarin openbaar. Men wilde
noch kerkregeling door middel van een concordaat, noch
organisatie zonder inmenging der Regering. De priester
van Kints had ’t goed gezien: "Tegen beide deze regt-
vaardige en grondwettige wäzen verzet zich onze tegenpartij
met hardnekkiglieid ­ en wij durven niet beslissen, tegen
welke het meeste ‘."
Begrijpelijk is het, dat men later dat alles op den ach-
tergrond heeft pogen te dringen. Begrijpelijk is het, dat
men later aan het petitionnement een andere strekking, een
andere beteekenis heeft pogen te geven. Twee dingen wa-
ren er, die dat hoogst­wenschelijk maakten. Had men we-
ring der bisschoppen bedoeld, dan had buiten eenigen twij-
fel de beweging een ongrondwettig karakter gehad: ­ dan
was er geen “regt voor allen" begeerd, maar "verongelij-
king der Roomsch-katholieken." Daarbij, de constitutione-
len hadden van den beginne af gezegd, dat aan wering
der bisschoppen niet gedacht kon worden, ­ dat men der
volksmenigte een ijdel droombeeld voorspiegelde, aan welks
verwezenlijking niet te denken viel. De Roomsclnkatho-
lieken hadden stoutweg verklaard, "dat diegenen het zul-
' Q`. van Kiuts, Het goed regt der ltooinsuh-Catholijk<·n enz., p. :28 en
20.