HomeDe aprilbewegingPagina 53

JPEG (Deze pagina), 786.71 KB

TIFF (Deze pagina), 6.51 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

­ 48 ·­
adressen; ­ en .... de uitkomst is bekend. De Koning moest,
om een dreigenden opstand te voorkomen, toegeven. De l
uitoefening van ee11 wettig regt moest worde11 opgeschort.
Van geen waarborgen, l1oe veelsoortig e11 wüdomvattend E
ook, wilde men wete11. 1Ien had een concordaatsvrees.
Men wilde geen bisschoppen. En ze werden geweerd.
En ging het zóó in 1841, het is lH3.3.1‘ al te begrüpelijk,
dat het i11 1853 11iet beter kon gaan. 1Ieer en meer had
zich si11ts de opschorting van het concordaat een ultramon­· l;
taansche wereldbeweging geopenbaard, die in l1et eene land g
zich van het gezag, i11 het a11dere van de vrüheid bediende
om haar doel na te streven. Reeds vroeger l1ebbe11 we op
enkele uitingen van die wereldbeweging gewezen. ’t Was
vooral de gelootsvervolging der 1Wadiai’s, die onder de
Protestantsche volksmenigte i11 Nederland een diepen indiuk
maakte. En i11 geheel Europa - gelijk Stahl teregt opmerkt ‘ ­
gêêll enkel Roo1nscl1-katholiek blad dat', ik zeg volstrekt 1
niet: hun invrüheidstelling, maar verzachting va11 straf` be-
geerlijk achtte; ­ terwijl men alom een kreet aanhief over
""verv0Z_ging" der Katholieken, toen de Regering van Meck-
lenburg aan de propaganda den toegang tot haar rnk ver-
bood. Het wekte algemeene bekommering. Daar kwam
nog iets Ook 1)1Dl1@DSlH.l1(ilS heerschte tusschen Protes- ‘
tanten en Roomsch-katholieken reeds la11g scherpe afschei-
ding. In enkele plaatsen van ons vaderland had men .
Roomseh­katl1o1ieken, soms door drank bedwelmd, soms op 8]
aansporing van een of anderen pleitbezorger, daden zien [
plegen, dubbel­betreurenswaardig omdat l1eel het kerkge­
nootschap er voor aansprakelhk werd gesteld, - daden, ·
die uitstekende middelen in de hand van sommige "vo1ks­­
bladen" waren om haat en tweedragt te doen toenemen. 1
Die volksbladen, sedert jaren werkzaam om niets dan po- I
lemiek tegen Rome en Rome’s uitingen op het gebied van
godsdienst en staatkunde te leveren, l1adden in hooge mate
meegewerkt om een geest van antipapisme, van haat tegen ·
Rome, onder de Protestantsche burgerklasse te verlevendi­
gen. Is het niet, o1n meer dan óéne reden, begrüpelük dat
me11 ook in 1853 op wering, zoo mogelijk, van Roornsche l
bisschoppen bedacht was? Men had in meerdere of min-
F. G. Stahl, De1· Protestantismus als politïsches Princip (1853), p. 49. ë l