HomeDe aprilbewegingPagina 36

JPEG (Deze pagina), 808.61 KB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

l
l gedacht worden. Overigens kenmerkt in mijn oog niet het
Roomsclz-/catlzollelce kerkgenootschap-alleen zich door heersch-
zucht en aanniatiging. Men herinnere zich - wil men zün
geheugen niet te veel vergen - het verzet van de Nederland-
l sche Hervormde Kerk tegen Thorbecke’s ontwerp van armen-
' Wet. De zucht om een imperium in lmperio uit te oefenen , is
niet aan de Roomsclz-katholieke Kerk­alleen eigen. Men her-
innere zich de Aprilbeweging en de verkiezingen van 17 1/Iei.
i ’t Is het eigenaardig streven van alle kerkgenootschappen, den
Staat op de eene of andere w§ze te overheerschen, en de
1 Staat moet daartegen niet in onregt en willekeur steun zoe-
W ken. Maar dat de deelnemers aan de Aprilbeweging in dien
. waan verkeerden, kan ons niet verwonderen.
l Men ziet het uit al het voorgaande, aan pogingen om
de spanning der gemoederen te doen toenemen, heeft het
X niet ontbroken. En verwonderen kan het ons niet, dat
é de adressen tegen het herstel der bisschoppelijke hierarchie
j` bij den dag in aantal en omvang toenamen. Onder de
I groote menigte heerschte van ouds bisschopsvrees; ­ en de
* vrees maakt, gelijk we weten, ligtgeloovig. Al die ver-
zinsels en beweringen, hoe ongerijmd ook, werden dus
onvoorwaardelijk geloofd. Daarbü, velen stonden op het
standpunt van den, overigens zoo helderdenkenden, Broes;
- ze vroegen minder wat regtvaardig en grondwettig was,
maar vonden het denkkeeld van Roomsch­katholieke bis-
schoppen nu eenmaal "voor hun gevoel ondragelijk ‘."
de We behoeven niet te zeggen, dat al dezulken gaarne hun
f naam aan de adressen leenden. En men moet niet ver-
geten, dat de predikanten alom van den predikstoel hun
gemeenteleden tot deelneming aan den heiligen kampstrijd
opwekten; ­ het was een kruistogt: "God wil het! God
wil hetl"
Overigens waren er bepaaldelük twee dingen, waarvan l
partü werd getrokken, om de verbittering, vooral tegen de
Regering, nog hooger te doen stijgen. ‘
De bisschoppelijke eed was het eene. In dien eed kwam
de belofte voor, dat men ketters en scheurmakers naar ver- ,
mogen zou "vervolgen en bestrüden/’ Daarmee is der volks- I
‘ menigte wat schrik aangejaagd! Men scheen te vergeten, dat
de Staat zich door art. 169 der grondwet de magt zag verzekerd
’ W. Brves, De Kerk cn de Staat, IV, p. 323. ·