HomeDe aprilbewegingPagina 32

JPEG (Deze pagina), 813.34 KB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB


1
-- 27 - j
laatste dagen van Maart een soortgelijk vermoeden uit te
spreken. Ik bedoel den hoogleeraar Vreede, die - ofschoon hij
aan het petitionnement-zelf ten eenenmale vreemd is geble-
ven ­ door zijne hartstogtelijke courant-artikelen zoovéél
heeft bijgedragen om de gemoederen in gisting te brengen.
Hij uitte zijn vermoeden in den eigenaardigen stijl van de
antirevolutionaire partü. "Vreemd genoeg, juist onder het <
tegenwoordig ministerie, uitvloeisel der theorie Reelding door
_ Zpezuiuiging. .. .. is roer het eerst in de wet van 29 December
1849 niet uitdrukkelijk van die twee bissohoppelijke wonin-
gen melding gemaakt ..... hloeten wij uitgaan van de onder-
stelling" - het was maar een vraag! ­ "dat een Bewind, het-
· welk ter bevrediging der bezuinigingswoede, voor slooping
en afbraak van Hoogesoholen en andere instellingen van we-
tenschap, van Geregtshoven en Regtbanken niet zoude terug-
deinzen, van dat oogenblik af omging met de gedachte, om
’s Lands kas buiten noodzctak te bezwaren met eene zoo weel-
derige inrigting van het Episcopaat, als die, welke ons is
aangekondigd ’?" Men weet niet of men, bij hetlezen van
zulke taal uit den mond van een hoogleeraar, over zoo
verregaande verblinding moet weenen ot` blozen over het
schandelüke van die onbewezen aantügingen.
Ik wil hier overigens in het voorbügaan alleen twee
dingen herinneren. Vooreerst "het Gouvernement heeft vol-
strekt geen tractementen beloofd 2;" en door niets ter we-
reld wordt het vermoeden geregtvaardigd, dat ’t het onder-
houd van het bisschoppelijk bestuur der Roomsch-katholie-
ken zou hebben op zich genomen. En ten tweede, het
verderfelijke van artikel 168 der grondwet is op nieuw ge
‘ bleken. De Roomsch-katholieken hebben ingevolge dat ar-
tikel voor hun bisschoppelnk bestuur wel eenige aanspraak
op een toelage van staatswege; - maar de Protestanten,
zich op de facultatieve strekking van het artikel beroepend, j
willen - op hun standpunt evenmin geheel zonder regt -
die aanspraak niet laten gelden. Voor een Regering is dan
ook de schijn, hetzij van Roomsehgezindheid, hetzij van on- i
billüke bevoorregting der Protestanten, niet te vermüden, i
zoolang niet ieder kerkgenootschap verpligt wordt om voor
de instandhouding van zijn eigen eeredienst zorg te dragen.
' Utrechtscho provine. en stads­­courant van 31 Maart.
’ Gelijk de heer Strens nog in de zitting van (5 Dcc. 1.1. verklaarde.