HomeDe aprilbewegingPagina 23

JPEG (Deze pagina), 788.62 KB

TIFF (Deze pagina), 6.63 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

Y ;
I
- is ­
nisatie zal geregeld worden, wel aan het Gouvernement
zal willen mededeelen ‘." Het was een verzoek, en geen
t bevel, vooreerst-reeds omdat de verpligting tot voorafgaande
.· meêdeeling der organisatie, en de noodzakelükheid van haar
goedkeuring door onze Regering, van zelf` vervallen waren ten
gevolge der vernietiging van het concordaat, ­ maar bovenal
omdat de Regering teregt van oordeel was, dat men inge-
volge de grondwet aan de kerkelijke vrhheid haar onbelem­
_. merden loop moet laten, zoolang zij geen inbreuk maakt
op de publieke orde en de bestaande staatswettcn. Doch
het verzoek werd onmiddellijk achtervolgd door een drang-
, reden: "het Gouvernement is overtuigd dat deze mededee-
lingen niet ongunstig zullen zijn voor het doel, dat de .
{ H. Vader zich voorstelt." Natuurlijk; - wilde men dat
de uitoefening van een zegt niet zou afstuiten op vooroor-
doelen, dan moest zooveel mogelijk alles vermeden worden,
wat die vooroordeelen kwetsen kon.
* De pauselijke Stoel scheen dan ook het gedane verzoek
te zullen inwilligen. Althans den 2OS'¤C¤ September 1852
sprak van Sonsbeeck, in een voordragt aan den Koning,
j van de "of1icieuselQk door Mgr. Belgrado gedane mede-
` deeling van het voornemen des H. Vaders om, alvorens
*; tot de regeling der kerkelijke aangelegenheden over te gaan,
van den tüd wanneer en de wijze waarop, aan U. Mi. ken-
nis te doen geven 2." Zonderling echter; - naauwelijks
Q was van Zuylen als minister opgetreden, of de internuntius
i kwam hem verwittigen, dat die toezegging van voorloopige
meëdeeling door hem niet was gedaan. Deze laatste moest
hiermede wel genoegen nemen, maar hij verzuimde niet,
bü vernieuwing op voorafgaande mededeelingen aan te drin­ ·
gen. Geen enkel woord liet toen de internuntius zich ontval-
len, dat naar weigering van het verzoek zweemde; - de pause-
lijke Stoel scheen dus door zün protest alleen te willen doen
gevoelen, dat er niet gedacht moest worden aan een vorme-
Zwce vorbindzfenis. In Februarij daaraanvolgende ontving van
Zuylen een schrijven van onzen gezant te Rome, die hem
meldde, dat men in Rome zeer voldaan was, "dat de Ne-
derlandsche regering zich gaat niet de voorgenomen orga-
nisatie vereenigde." Hij antwoordde onmiddellijk, "dat er
l Ned. Staatscourant van 27 April 1853.
’ Idem
ä 4 .