HomeDe aprilbewegingPagina 21

JPEG (Deze pagina), 778.62 KB

TIFF (Deze pagina), 6.64 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

A ,l
l
. ä
~­ 16 - l
drager van de christelijk-historische partij ‘ het later ge~
liefde te noemen? Neen, want het ministerie wist, dat
artikel 169 der grondwet ook voor Iï.oomsch­katholieke
l bisschoppen is geschreven en dat een krachtige handhaving
van dat artikel een voldoende waarborg is, ook "tegen de l
onverdraagzaamheid eener vervolgzieke Kerk ‘2." Of maakte
I ze zich door de kerkregeling, als een zaak van zuiver­huis­ I
houdelhken aard, aan het kerkgenootschap-zelf over te la- X
ten, aan grondwetsehennis schuldig? Men heeft het be- E
weerd, maar het bewijs is achterwege gebleven. En "men I
moet eerst aantoonen, dat de Grondwet aan het ministerie
l Thorbecke een andere gedragslün ooorschrcä vóór men zijn x‘
I houding tegenover het Rooinsche Kerkgenootschap 022g1·02zcZ­ ·
·wettcZ@'k gaat noemen. lIen kan dit niet, en we meenden ;
dat reeds daarom hier de oude regel moet gelden: in du-
biis pro M20 (wat twüfelachtig is, mag niet in het nadeel pi
_ van den beklaagde worde uitgelegd 3." Het is een juiste ig
opmerking: "niet dat de organisatie vrg gelaten is, maar
dat zij niet vrhgelaten is, zou in de grondwet moeten wor- i;
” den aangetoond ”." Zelfs de christeluk-historische partij li
moest l1et erkennen (later veranderde zg, met haar gewone
"buigzaamheid,” eenigermate van gevoelen): "dat een or- ,
ganiseren van de Roomsche Kerk, misschien zelfs op zoo-
danige wüs als we thans aanschouwen, volgens de Grondwet V
aan den Pauselüken Stoel vergund is 5.” I
Ik heb met opzet in de voorafgaande regelen gesproken Q
i· van de Regering, en niet van het mizristerie. ’t Is niet het
ministerie geweest, dat eigenmagtig, buiten weten, te- «
gen den wil des Konings, den Paus de vrijheid heeft ver-
leend om het bestuur van het Roomsclnkatholieke kerkgenoot­ if
schap naar eigen verkiezing te regelen. Partijhaat heeft zich
niet ontzien, aan het ministerie zulk een schandelüke handel- Q
whze toe te dichten ten einde de verbittering der volksmenigte
er tegen op te wekken;­ en ten bewijzeheeft men aangevoerd, dat I
de Koning zijn ministers bij gelegenheid van het stand ko- ’
men dier willekeurige kerkregeling heeft ontslagen. Het
I G. Barger, Antwoord aan den Hoogleeraar Broere, p. 13. I
2 Idem, p. 14.
3 D. Koorders, De Herstelling der Roomsche bisdommen, p. 4.
4 C. Broere, Een bezadigd woord, bl. 43.
" De Nederlander, n°. 849.
{
li
I l