HomeDe aprilbewegingPagina 17

JPEG (Deze pagina), 779.22 KB

TIFF (Deze pagina), 6.60 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

. 1‘
T ­ 12 --
de kerkgenootschappen beloofd is eene gclgh bescherming,
Hoe is dat te verstaan? De kerkgenootschappen zün aan
l elkander zeer ongalgïc. Het een is talrijker dan het ander,
. het een verschilt geheel van het ander, en ook het kerk-
bestuur kan, als alle besturen, naar een monarchaal, een
aristocratiseh of republikeinsch beginsel zijn ingerigt. Daar-
uit volgt, dat de gclijkhcizl der bescherming onmogelijk te
zoeken is op godsdienstig gebied. Het zou dwaas zijn
gelijkheid te zoeken in de ongelijkheid, en alle godsdien­ jj
sten gelhk maken was zooveel als allen gelijkelük ver-
drukken. De gelijkheid moet derhalve gezocht worden op
het burgerlijk en politiek terrein. De Staat is voor allen
dezelfde, en slechts van deze züde is gelijkheid mogelijk.
De staat derhalve erkent geeneheerschende Kerk, maar be-
r sehermt evenzeer het eene kerkgenootschap als het andere,
zorgt dat ieder kerkgenootschap onbelemmerd vrüheid
geniete van te zijn en te leven, vrüheid derhalve van zgn
eigen genootschappelijk of organiek bestaan te hebben en
j _ van alles te verrigten wat de aard van het genootschap
vordert ‘." Altgd (ingevolge artikel 169 der grondwet),
voorzoover het niet strndt met bestaande staatswetten. En
de bisschoppelijke hierarchie op zich zelve deed dat voor-
zeker niet. Toen dus het Roomsch-katholieke kerkge-
i nootschap in Nederland, bn monde van zijn wettig Hoofd,
verklaarde tot de instelling van een bisschoppelijk bestuur
te willen overgaan, kon de Regering ingevolge de duide-
P lijke letter der grondwet dat niet beletten, wanneer ze al-
T thans niet -­- gelijk een lid der Tweede Kamer 2 durfde
, beweren, dat ze ter wille van antipapistische vooroordeelen
l had moeten doen - den Roomsclrkatholieken hun wettig l
ragt wilde onthouden. Het Roomsch­katholieke kerkge-
nootschap, een kerkregeling verlangend naar zijn wensch
en behoefte, vroeg niets meer dan b. v. het Hervormde
kerkgenootschap bezat; ­ het vroeg alleen gelijkheid van
g regt. Ja, de Roomsch­katholieken hadden op een bisschop-
L pelijk bestuur nog een eigenaardig regt, omdat hun bisschop-
J pelük bestuur geen willekeurig-gekozen vorm is, die even
goed gemist of door een anderen vervangen kan worden
(gelijk dat met den vorm van kerkbestuur in onze Protes-
‘ C. Broere, Een bezadigd woord, enz. p. 28 cn 29.
’ De heer Gevers van Endegcest.
lj ‘
l
l
E