HomeDe aprilbewegingPagina 156

JPEG (Deze pagina), 814.33 KB

TIFF (Deze pagina), 6.66 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

nl
li
­­ 149 ­ g
van hun kerkgenootschap te corresponderen ‘. En terwijl
het Aprilministerie ­ in den waan, naar het schijnt, "dat de
H strüd van April een strijd tegen den naam Bisschop ware ge-
weest 2" ­ voor het uitspreken van dat woord zich nog­steeds
zorgvuldig bleef wachten, vond 1nen als bezoldiging voor de
nieuwe "kerkvoogden" op de staatsbegrooting van 1854 be-
hoorlijk een som uitgetrokken. Het doel waarnaar men zoo
ijverig gestreefd had, bleef onbereikt; ­ de bisschoppen wer-
den niet geweerd, maar integendeel van staatswege erkend
l en bezoldigd. Zelfs het voeren der titels aartsbisschop van
l Utrecht en bisschop van Haarlem werd niet belet. De "bil-
i lüke bevrediging," in wier vooruitzigt men zich zoo hartelük
g verheugd had, strekte zich niet verder dan tot die beide
j steden uit, en bepaalde zich tot het verbod om daar een
ä bisschopszetel te vestigen. Het Aprilministerie bleek, bij en
I na zäne optreding, door "geene godsdienstige meening" ge-
; leid te zün 8. De leden van dat ministerie toonden, dat ze
. behoorden tot dien "stand der maatschappü," bü wien "het ·
j gekwetst gevoel zich slechts in woorden oplost "." Het an-
! tipapisme, dat zoo gretig de hand had uitgestrekt om de go-
l din züner keuze te omarmen, ontdekte met sinarteluke ver-
l bazing dat het niets omvat­hield dan een ijle wolk. Het
leerde door droevige ervaring dat het, wanende aan de be-
reiking van zijn eigen doeleinden te arbeiden, alleen de
i oogmerken van anderen had gediend. Door zün tüdelijke
bondgenooten verloochend en aan zich­zelf overgelaten, i
moest het nu de vestiging en erkenning der bisschoppelüke
I hierarchie, door de tusschenkomst van die mannen­zelve op
Z wier Protestantschen zin het gebouwd had, magteloos aan-
ll zien. Voor zün ongrondwettig verzet werd het door het
verraad van zgn eigen vrienden allergevoeligst gestraft.
Ook de oud­bisschoppelüke Klerezie zag haar wenschen
met geen gelukkige uitkomst bekroond. Met levendigheid
had ze tegen de kerkregeling der Roomsch-katholieken zich
aangekant, omdat ze daarin een schenning van haar wettige
regten meende te zien. Bü den pauselijken Stoel had ze ‘
er tegen geprotesteerd; - en den Koning had ze gesmeekt,
1 Amst. courant van 27 Sept.
2 De Morgenster, n°. 75.
3 De heer van Hall (Handd., dl. II, p. 348).
Q ‘ De heer Donker Curtius (idem, dl. III, p. 131).