HomeDe aprilbewegingPagina 153

JPEG (Deze pagina), 830.13 KB

TIFF (Deze pagina), 6.67 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

l .
·
ll.? i ‘
- 146 -­
ïli
het haar, van den beginne af tot den einde toe, te doen was, ,
niet om breideling der kerkelijke vrijheid, niet om bevredi~ W
,; ging van bekommerde Protestanten, maar enkel en alleen ­
J om de zegepraal van haar politiek stelsel. Vraagt 1nen be- j
lj wüzen? Haar orgaan levert ze in ruimen overvloed. Van
Li den eersten oogenblik keurde het de indiening der wet af.
Een wet zou de partü, "in de tegenwoordige omstandigheden
ll minder dan ooit hebben verlangd ‘ ;" - ze achtte haar voor-
E. dragt "een politieke feil, een maatregel die verbittert en
r teleurstelt 2." Dat de Koning buiten magte was om langs j
ip eenen anderen weg "billijke bevrediging°’ aan de tweemaal
honderdduizend te verschaffen, althans wanneer de Roomsch­ 4
. katholieke kerkregeling binnen de palen der staatswetten
bleef`; ­ dat, zelfs al ware hij daartoe bij magte geweest, j
v een Koninklijk besluit onder de Roomsch~kath0lieken vooral j
l niet­minder verbittering zou hebben opgewekt; - en dat
·· "overleg" met den pauselüken Stoel de huldiging zou ge- I
weest zijn van een stelsel van kerkelijke vrijheid, veel­ver­
j der gaande dan het stelsel der afgetreden bewindslieden,
deerde haar niet. Beperking der kerkelnke vrijheid lag
j«­ trouwens niet in haar weg. Het groote doel was de val
ii der liberale politiek geweest; - en vandaar dat ze met zulke
leede oogen de indiening der wet zag. iVant die wet, aan
welke men ten overvloede nog een tegenwerkende kracht
lj moest geven, regtvaardigde nu volkomen de wettigheid der
Roomsolbkatholieke kerkregeling en de lgdelükheid van het
ministerie Thorbecke. Zou de partij haar dan welligt afstem-
men? lIen mogt het verwachten. Temeer, omdat ze verklaard
’¥ had, de voordragt niet te zullen ondersteunen vóór zij de over-
tuiging had dat de aanneming “voor de ware bclcmgen van het
ll Vaderland wenschelük 3".was; ­ en, kort­vóór de openbare be-
p raadslaging bleef zij de wet nog­steeds een maatregel achten
"die verbittert en teleurstelt." Dat ze haar niettemin aannam,
hebben we gezien. En waarom? Om niet den schnn van
il "afkeuring van den nationalen weêrstand tegen het ultra-
E montanisme "" op zich te laden? Zij heeft het beweerd.
En we willen nu eens aannemen, dat het haar vrijstond, ­
aan die drangreden "de ware belangen van het vaderland"
il »·-----
* Do Ned., n°. 937.
, = N<·. 97:2. 3 NO. 9:37.
‘* Nonnner van 2 Sept.
.2
of
1