HomeDe aprilbewegingPagina 152

JPEG (Deze pagina), 796.08 KB

TIFF (Deze pagina), 6.79 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

j - 145 -
dement, dat die strekking heeft, wordt door een lid der
antirevolutionaire partij voorgesteld. En wat doet nu het
j Aprilministerie? Het "stelt zicl1 geen partij tusschen de
iï verschillende redactiën," wanneer de Tweede Kamer maar
F "gerust is dat de orde kan worden bewaard ‘." Meêdoogen­
2 loos ontneemt het aan bekommerde antipapisten de laatste
i begoocheling, die omtrent den Protestantschen zin van hun
ministerie hun nog was overgebleven. Lüdzaam gedoogt het
de aanneming van een amendement, door hetwelk "de hoofd-
_ gedachte van het ontwerp, weerstand tegen het Ultramon-
, tanisme 2," meer en meer onkenbaar wordt gemaakt. Ge-
; - willig en gaarne doet het, om het veege leven nog een poos
. · J te rekken, deze nieuwe concessie aan de antirevolutionaire
_ partü.
_ I WVèl droeg derhalve het bondgenootschap met die partij
_ . voor de antipapisten wrange vruchten. Vergeefs hadden
3 deze laatsten zich gevleid, dat ze nu-althans de wet, nadat
,. ze door de Regering in zoo vele en hoogst-belangrijke pun-
ï ten gewijzigd was, verder in haar geheel zou laten. Ver-
jt L geefs hadden ze zich verheugd over de verklaring van haar
_ erkend orgaan, dat "de gewigtigste bezwaren" nu uit den
l. weg geruimd waren. Het bleek, dat er "na de wegneming
h dezer gewigtigste bezwaren nog zeer gewigtége 3" waren over-
n é gebleven, en dat de partij stelselmatig bleef voortgaan om,
d l met welwillende medewerking van het Aprilministerie, aan
d · de wet al het bedenkelijke en gevaarlijke, maar tegelijk al
D haar kracht, te ontnemen. l/Ve willen thans niet onderzoe-
ju T ken, inhoever ze uit dien hoofde aanspraak mag maken op
in den dank van constitutionelen en Roomsch-katholieken. Al
LH heeft ze het Aprilministerie van menige ergerlijke inbreuk
1, op de grondwettige vrijheid der Kerk teruggehouden, we
t_ 2 zouden daarom de vraag, of ze het gedaan heeft uit eerbied
16 voor de regten van andersdenkenden, nog niet toestemmend
ü__ i durven beantwoorden. Maar we moeten doen opmerken, hoe
Gt j die voortdurende bestrüding en stelselmatige ontzenuwing
En j der wet, in verband vooral met de eindelijke aanneming,
0__ overtuigend bewhst dat de partij alleen met politieke neven-
tm ` bedoelingen zich in de Aprilbeweging had gemengd, ­ dat
n- _ ‘_""l‘"­_‘
‘ Handd., dl. III, p. 74 en 83.
2 De Ned., n°. 955.
3 N". 958. »
ll')