HomeDe aprilbewegingPagina 149

JPEG (Deze pagina), 839.02 KB

TIFF (Deze pagina), 6.71 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

. 2 j
"; -- 142 - 1
j zaakt zullen worden, soms dingen te zien of te hooren, die
hun godsdienstig gevoel beleedigen zouden. De wet op de
i kerkgenootschappen daarentegen, die tot "billi_jke bevredi- l
lf j ging" door het Aprilministerie werd voorgesteld, kent in ‘
beginsel geen regten van eenig kerkgenootschap, tot wier l
Y g eerbiediging en bescherming het staatsgezag verpligt zou
zijn, wanneer door onverdraagzame andersdenkenden tegen
E1 ` hun uitoefening een, voor orde en rust bedenkelijke, aanval
t werd gerigt. Ja, in de twee bepalingen waarop wü de
re » aandacht vestigden, brengt ze reedsfeitelylc de kerkelüke
I vrijheid aan de onrust ten offer. Vandaar dan ook, dat ze
l er met den naam van onzedelijk en ongrondwettig moet ge-
il i kenmerkt worden. Maar bovendien, die bepalingen behel-
‘ zen pmevemieve maatregelen, en wel praeventieve maatre-
j gelen tegen de kerkgenootschappen als zoodcmig gerigt. l/Ve
j_ hebben gezien, hoe het nemen van zulke maatregelen door 3
l ` de grondwet aan den Staat zeer stellig verboden is. En de
·-fi wet is derhalve i11 haar hoofdbepalingen met de grondwet
l in lijnregten strijd.
De bestrijders van het ontwerp in de Staten­Generaal
l’ . bragten, gelijk we reeds vermeld hebben, voo1·al­dit punt op l
j den voorgrond. Soms met eenige overdrüving, maar dik-
_« werf ook met klem en nadruk, toonden zij de ongrondwet­
V tigheid der wet aan. Met niet minder nadruk wezen ze op l
al iets anders, dat het Aprilministerie en zijn vrienden, 1
“ l met uitzondering alleen van de antirevolutionairen, V1`llCl1- "
~ A teloos poogden te ontveinzen; ­ op het feit namelijk, dat
de wet "eene gelegenheidswet ‘” was, tegen één enkel
J kerkgenootschap gerigt. Ze herinnerden, welk een ver-
t ; bittering de wet reeds om haar afkomst of oorsprong on- ‘·
l ‘ der de Roomseh­katholieken had verwekt, en hoe haar in-
j l houd ­ zelfs nadat hij door amendementen zoo aanmerkelijk
verbeterd was ­ hun wrevel over miskenning van hun reg-
“ l ten, over onbillhke en ongrondwettige vijandigheid van het
I staatsgezag ontwijfelbaar zou versterken en bestendigen.
. Ze toonden aan, dat de aanneming der wet noodlottig voor la
K het vaderland zou werken, omdat zij aan de Protestanten i
j geen "billijke bevrediging" zou verschail"en gelnk ze zich die i
j vroeger hadden voorgesteld, en omdat ze door de Roomsch­ i
_. ’ katholieken toeh­altijd als een hatelijke krenking van verkre-
.· ­­-­-­- l
il ‘ De Ned., 110. 943.
. E

' · l AE