HomeDe aprilbewegingPagina 148

JPEG (Deze pagina), 829.50 KB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

ï - 141 -
bloei van hun kerkgenootschap dat in lnin oog vordert;
de Staat kan nu bepalen dat in sommige plaatsen een kerk-
genootschap, ook al blijft het geheel binnen zün eigen kring,
niet werken mag. En op welken grond verleent ze die
dubbele bevoegdheid aan het staatsgezag? "In het belang
der openbare orde en rust." Zij aarzelt niet, den verderfe-
lüken stelregel openlijk te huldigen, dat een Regering voor
niets anders te waken heeft dan voor het behoud van orde
en rust,­ dat een Regering verpligt is om de regten der
` minderheid daaraan ten offer te brengen, wanneer een on-
stuimige meerderheid het op d1·eigenden toon vordert. Zelf
wijst ze aan onverdraagzamen den weg, dien ze maar heb-
ben in te slaan om het staatsgezag tot beteugeling der ker-
kelijke vrnheid van andersdenkenden te noodzaken. Zelf
lokt ze tot plaatselijke of algemeene volksbewegingen uit.
i Reeds uit dien hoofde verdient ze strenge afkeuring. Vvlant
zij maakt, dat stelselmatig de onschuldige getroffen wordt
l in plaats van den schuldige. VVanneer een kerkgenootschap
j goedvindt, op een bepaalde plaats een leeraar aan te stellen,
en het kiest daartoe bij voorkeur een vreemdeling, maar die
j leeraar of geestelijke beperkt z§n werkzaamheid tot den ,,
kring van zijn geloofsgenooten en van degenen die verder
j zijne toespraak mogten begeeren, en hij voert alleen over
beginselen strijd, zonder personen in hun burgerlijk of huise-
l lijk leven aan te tasten; - of wanneer een kerkgenootschap
l goedvindt, op een bepaalde plaats den zetel van een zijner
hoofden te vestigen, maar deze laatste geniet alleen binnen
den kring der Kerk de eer die hem als hoofd van het
kerkgenootschap door de leden wordt toegedragen, terwijl
l hij in het maatschappelijk leven, tegenover het staatsgezag
en op de publieke straat zich van andere geestelijken door
niets onderscheidt; ­ wanneer er dus niet het minste ge-
beurt, wat het oog of oor van andersdenkenden billijkerwüze
zou kunnen kwetsen; - dan wil de grondwet, dat er aan
belemmering der kerkelijke vrijheid niet gedacht worde. Ze
toont dat duidelijk (in art. 167), door binnen de kerkge-
_ bouwen de uitoefening der verschillende eerediensten aloxn
vrij te laten, en alleen buiten de kerkgebouwen het vieren
van godsdienstige plegtigheden te verbieden. Ze toont daar-
door, het beginsel te huldigen, dat van beperking der ker-
kelijke vrijheid geen sprake mag zijn, dan inzoover anders-
denkenden regt hebben om te vorderen, dat ze niet genood-