HomeDe aprilbewegingPagina 147

JPEG (Deze pagina), 861.36 KB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

if [ ­ 140 ­` i
g 1
Q vereeniging toekomt. En ze mogen alleen­datgene treffen
i ­ gelijk zoo scherpzinnig en juist is opgemerkt - "hetgeen
een kerkgenootschap met andere burgerlijke vereenigingen
jrg j gemeen heeft. Het godsdienstig karakter van het kerkge-
j nootschap valt daar buiten ‘." De grondwet heeft derhalve
l naauwkeurig aangewezen, inlzoeecr de kerkgenootschappen
L? binnen het bereik der wet vallen, ­ maar tegelnk heeft ze
i iedere aanleiding tot bevoorregting van het eene boven het
. ander of tot onbillijke verdrukking van allen zorgvuldig
z buitengesloten. Door het Aprilniinisterie is dat ten eenen- i
X male uit het oog verloren. Ook al wilden we toegeven dat
i l een exceptionele regeling van het onderwerp geoorloofd
` was, dan­nog zou een wet tot regeling van het staatstoezigt
l op de kerkgenootschappen niets anders mogen doen, dan
j gemeem·egtel§y`lce bepalingen op deze laatsten van toepassing ma-
1 ken. En de wet, door het Aprilministerie voorgesteld, is ­ ook l
gelijk ze na een tal van wijzigingen is aangenomen ­ veel­verder
l gegaan. Ze heeft het grondwettig beginsel van eerbiediging l
j j der kerkgenootschappen als geheel-particuliere vereenigingen
l geschonden, en in eenige van haar artikelen hun godsdienstig l
lj karakter door praeventieve maatregelen aangerand. Zij opent
j ` geleidelijk en met noodzakelijkheid den weg tot verbreking j
ij der gelükheid van bescherming, die door de grondwet aan
alle kerkgenootschappen verzekerd is; ­ want ze lokt (door
il art. 1) een of ander kerkgenootschap, dat meer dan de j
l { overigen gezind is om op het staatsgezag te leunen en dat
· in de gunst eener tijdelgke Regering zich verheugen mag,
i uit om üverig de medewerking van het staatsgezag in te j
j j roepen, bij iedere bepaling die het gelieft vast te stellen.
r j Een medewerking, die uit haar aard en in het belang van `
L allen beperkt moest blijven tot de gevallen waarin ze door
j de algemeene wettelijke regelen geëiseht wordt, kan nu in
‘ het belang van één enkel kerkgenootschap willekeurig wor~
g E den uitgebreid. snijdt (door art. 2) aan de Kerk den weg
l af`, om vreemdelingen tot het bekleeden eener kerkeläke be-
# E diening te roepen, wanneer en voorzoover ze dat in haar
” j belang noodig mogt oordeelen; ­de beslissing over die zuiver- _
i kerkelüke zaak is nu overgebragt bij het staatsgezag. Ja,
. ‘ ze stelt (door art. 5) de hoofden van een kerkgenootschap
buiten de mogelükheid, om hun zetel te vestigen waar de
j j l De heer Thorbecke (Ilandd., dl. T, p. 491).
2
ti