HomeDe aprilbewegingPagina 146

JPEG (Deze pagina), 828.45 KB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

j
`
l
­·- 139 ­-
.
gebeurtenissen in Baden, waar de Roo1nsch­katholieke gees-
telükheid het stelsel in praktijk poogt te brengen, door een
l sterksprekend voorbeeld ons leeren. Feitely/c zou door dat
stelsel de suprematie van de Kerk over den Staat zijn ge-
i vestigd. Maar onze grondwet heeft, vooral ook door arti-
kel 169, den weg daartoe afgesneden en de souvereiniteit
van den Staat gehandhaafd. Ze zou echter uit overdreven
voorzigtigheid op de tegenovergestelde klip zijn verzeild, ­
ze zou het bestaan der kerkgenootschappen aan de willekeur
il van den Staat hebben prijs-gegeven, wanneer ze aan dezen
j laatste de bevoegdheid niet ontzegd had om, "in het belang
van orde en rust," een praeventief toezigt op de kerkge-
nootschappen-als-zoodanig uit te oefenen. Ze zou dan de
kerkgenootschappen tot den Staat hebben geplaatst in de
_ betrekking van "kinderen des huizes "’ tot den vader, die
het vaderlgk gezag in alles naar de oogen moeten zien, wier
l meerdere of mindere vrijheid en ontwikkeling dikwerf at`-
hangt van de luimen eens grilligen en veranderlüken va-
ders. Ze zou den Staat het regt hebben toegekend om,
des­verkiezende, te vorderen dat het kerkgenootschap in heel
` zün omvang - leer en inrigting beiden ­ zich regele naar
ztïn goedvinden. Ze zou feitelük het kerkgenootschap tot
orgaan van den Staat hebben vernederd. Gedachtig aan
het scherp verschil, in wezen en doel beiden, tusschen den
Staat en de Kerk, wist ze dat te voorkomen, en de zelf-
standigheid der Kerk te eerbiedigen zonder echter het op-
A pergezag van den Staat prijs te geven. Vraagt men, waardoor?
” Door het beginsel te huldigen, dat de kerkgenootschappen
gewone burgerlijke vereenigingen, particuliere genootschap-
{ pen in den Staat zijn. Uit kracht van dat beginsel mag de
Staat natuurlijk algemeene regels stellen, waaraan alle bur-
gerlijke vereenigingen ­ en als zoodcmig ook de kerkgenoot-
schappen - onderworpen zün; - mag hij b. v. aan de kerk-
genootschappen de verpligting opleggen om bg', vóór het
in­werking­treden hun organisatie aan hem meê te deelen.
Maar tegelijk wijst dat beginsel de natuurlijke en noodza-
. kelijke grens aan, welke door die beschikkingen niet over-
schreden mag worden. Ze mogen de bevoegdheid tot zelf-
regeling zonder inmenging of voorkennis V3.11 het staatsgezag
niet ontnemen, die aan het kerkgenootschap als particuliere
l Bcdenkt wat gij doet, p. S.