HomeDe aprilbewegingPagina 145

JPEG (Deze pagina), 830.53 KB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

- 138 -
l
grondwet wordt gehecht, in hetwelk volgens de vrienden
& j, en bondgenooten van het Aprilministerie "geheel het prae-
i , ventief systema ligt ‘,"­ aan ’s Konings grondwettige ver- i
j» pligting, om te waken dat de kerkgenootschappen gehoor-
j zaam blijven aan de staatswetten? Men leze: "Het waken
5 der Regering, dat allen blgven binnen de palen der wet,
j bestaat in het beteugelen van hen, die buiten deze palen
ii ” gaan, niet in het vlechten van banden, opdat dezelve
, niet zouden kunnen overschrgden 2." En nu heeft later de
e l` opsteller 3 - wiens daden meer en meerde waarheid van zgn `ét
4 _ woord bevestigen, dat hij nog nooit "een beginsel" verloo­ j
ik g chende - wel beweerd, dat die uitspraak alleen op het pla-
¥ oet doelt. hïaar vergeefs. De stelling is volstrekt­algemeen
i *' van aard, gelijk uit de woorden-zelve overtuigend blgkt.
Zij bevat niets meer of minder dan de openlijke en nadruk- _
Q kelgke verklaring, dat men zelfs in art. 169 der grondwet i
A geen kiem of spoor van het praeventieve stelsel moet i
` zoeken.
j De grondwet heeft derhalve ­ het bleek ons uit haar
( è geest en letter beiden ­ het nemen van praeventieve maat-
regelen tegen de kerkgenootsehappen-als-zoodanig aan den ï
jl lj Staat zeer stellig verboden. Zij heeft hen daarom, gelijk we
J reeds deden opmerken, niet buiten het bereik der wet geplaatst.
Q Ze zou dat gedaan hebben, wanneer ze het stelsel der anti-
j revolutionairen in de Hervormde en in de Roomseh-katholieke
¥ Kerk had gehuldigd; ­ wanneer ze Kerk en Staat tegenover
· elkander had geplaatst als twee magten, volkomen­onafhanke­ A
lgk van elkaêr, en tusschen wie - wanneer het de regeling l
gold van onderwerpen op gemengd terrein, van onderwer-
A pen die in beider kring ingrgpen ­ onderhandelingen moes- (
' ten gevoerd worden Momma de puisscmcc à pui.sscmce"." WVant
j _ wie zou volgens dat stelsel moeten beslissen wat al of niet
tot dat gemengd terrein behoorde? En wie zou scheidsregter
ij j moeten zgn, wanneer geen der beide "zelfstandige en onaf-
§ hankelijke magten" haar vermeend regt wilde prgsgeven?
. ` De Staat natuurlijk niet; ­ dat zou onvereenigbaar zgn met
` de zelfstandigheid der Kerk en heel het stelsel in duigen _
doen spatten. De Kerk dan? Feitelg/c zeer zeker, gelgk de
I 1 Verslag der Tweede Kamer (idem, p. 18).
S 2 Handd., dl. I, p. 7.
3 De heer Donker Curtius.
. j ‘ De Tijd, N. H. Courant, n°. 2045.
, i
{