HomeDe aprilbewegingPagina 143

JPEG (Deze pagina), 857.00 KB

TIFF (Deze pagina), 6.66 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

Qi .
J ­ iss ­
j I het kerkgenootschap de verpligting worden opgelegd, om {
_ van züne organisatie datgene wat het met iedere andere
5 j burgerlijke vereeniging gemeen heeft, de inrigting en het
ja I bestuur namelük, vóór of bn de invoering aan het staats-
j f' gezag meê te deelen, ten einde dit laatste onmiddellijk kunne
` tegengaan en straffen wat blijken mogt in strijd te zün met
‘ de algemeene staatswetten en met de algemeene regelen, aan
j K alle zedelijke ligeliameu zonder onderscheid gesteld. lIaar
t ook inzóóver alleen. De bevoegdheid der kerkgenootschap-
.: pen tot zelfregeling wordt dus door dit artikel niet opge- (in
K j lieven; ­ en het maken van exceptionele wetten tegen de j
a lï kerkgenootschappen, voorzoover ze vm·eem'gin_qm tot _qodsver­
ll; earivzg zijn, door het artikel niet geoorloofd. Evenzoo is de nl
K "basche·r·ming," die (in art. 165) aan de kerkgenootschappen
wordt toegezegd, geene andere dan die de Staat evenzeer j
jg aan elk ander zedelijk ligchaam, dat een goed doel heeft, I
j `i verschuldigd is; -­ bescherming, niet b. v. van de Zeer te- j
w genover minder­geloovige leden der Kerk, maar alleen van
het kerkgenootschap voorzoover het burgerlüke vereeniging jl
l is; ­ een bescherming dus, die verleend moet worden wan- 3
_ ` neer het kerkgenootschap blgft binnen den kring der alge- jj
. meene regelen, die op burgerlijk terrein aan alle vereeni- J
¤ gingen gesteld zän. Van een Z)2:ïZO7?.CZ€7”€ bescherming is in
het artikel volstrekt geen sprake; ­ de nadruk ligt op het li
woord _geZzg'/ce. Alleen om de mogelükheid van terugkeer
‘ eener heerschende Kerk voor altijd uit te sluiten, en om '
K geen andere reden, werd de bepaling in onze grondwet op- j
l genomen. Trouwens, in de staatsregeling van 1798, die de jj
j zoogenaamde scheiding van Kerk en Staat in heel haar
it omvang tot stand poogde te brengen, kwam, met een kleine {
jj wüziging, diezelfde bepaling reeds voor. In dit zoomin als in
l eenig ander artikel van het zesde hoofdstuk heeft de grondwet-
j gever de kiem van een praeventief staatstoezigt op de kerkge-
te A nootschappen neêrgelegd. Ook uit de geschiedenis der grond-
K K wetsherziening is het overtuigend te zien. Had de staatscom-
i missie in haar ontwerp de stelling opgenomen: "De kerkge-
K meenten hebben de vrüe keus harer leeraren ‘," de Regering _
nam dat voorschrift in het hare niet over, omdat "een aanzienlnk
· kerkgenootschap in ons Vaderland geene bevoegdheid bezit, om
s leeraars te beroepen; omdat in de Roomscli-Katholüke Kerk
T 1 Ilandd., dl. I, p. :1.
njji
·«*