HomeDe aprilbewegingPagina 142

JPEG (Deze pagina), 818.90 KB

TIFF (Deze pagina), 6.71 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

i -­ 137 -­-
l daaromtrent op eene geheel andere wijze wordt voorzien ‘."
j Zelfs den schün wilde zij vermijden, alsof het staatsgezagbe-
. ‘ voegd was om zich te mengen in een zaak die geacht werd
uitsluitend tot het gebied der Kerk te behooren. En waar-
j om drong ze op de afschaffing van het regt van placet met
j zooveel nadruk aan? "Omdat een preventieve maatregel,
al is het bij exccptie, in de Grondwet opgenomen, nadeelig
is voor den regts­toestand der maatschappij", en "strüdig met
het aangenomen stelsel" zou wezen 2. En dat "aangenomen
L stelsel" was geen ander dan het repressieve; - reeds uit het
j verband van de rede blijkt het middagklaar. Verlangt men
echter een nog­duidelijker, een officieel en onweêrsprekelük
bewijs? Men sla dan de memorie van toelichting open, die
iï bij het zesde hoofdstuk der grondwet was gevoegd en inder-
tüd door een invloedrük lid van het Aprilministerie is op-
gesteld. ’t Is waar, het Aprilministerie heeft dat beroep niet- ~
j ontvankelijk verklaard. Maar al mogt het regt gehad hebben
j tot de bewering, "dat de memoriën van toelichting .... zeer
l zeldzaam later ter interpretatie kunnen worden ingeroepen 3,"
omdat een wetsontwerp, vóór het tot wet wordt verheven,
meestal groote veranderingen ondergaat; - al ware dus zulk
ij een beroep in den regel niet-ontvankelijk ­ en, met het oog
{ op de laatste tijden, zou het welligt kunnen beweerd wor-
ji den ­ dan had nog het Aprilministerie geen regt om zün stelling
op dit bnzonder geval van toepassing te maken en te zeggen:
lj "Bepaaldelijk geldt dit omtrent de herziening van het Hoofd-
jj stuk van de Godsdienst, na de indiening belangrijk gewij-
i zigd." `Want, op een enkel punt na, is heel het zesde hoofd-
" stuk door de Staten­Generaal onveranderd aangenomen ge- '
E lijk het door de Regering was voorgesteld. En wat betrof
dat ééne punt? Het inlassen van een repressieve strafbepa-
ling in art. 164, die door de Regering eerst overbodig werd
gekeurd, maar waarmee ze zich later - omdat de verande-
ring niet in strijd was met "het aangenomen stelsel” ­ ver-
eenigde. Het "zeer zeldzaam" geval, waarin een beroep op me-
mories van toelichting geoorloofd is, heeft hier dus wel degelijk
plaats. En welke is nu de beteekenis, die in de memorie tot
toelichting van het zesde hoofdstuk aan dat voorschrift der
‘ 1)e heer van Heemstra, minister van Herv. Eeredienst (idem, p. 32).
2 Idem (idem, p. 17).
J Memorie van Beantwoording (idem, di. II, p. 56).