HomeDe aprilbewegingPagina 139

JPEG (Deze pagina), 874.82 KB

TIFF (Deze pagina), 6.66 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

{ 1
li ‘ .
E ­ 134 » .
lijden, en ze waarborgt (in art. 165) aan de kerkgenoot-
j schappen gelüke bescherming. Nu heeft men tusschen die
j beide artikelen een naauw verband gezocht, zoodat de vol-
komen vrijheid die aan het individu wordt verzekerd, ook
l op het kerkgenootschap van toepassing zou zijn. Maar ten
I ’ onregte. 1Vaar in twee opvolgende artikelen over twee ge-
j { heel­verschillende onderwerpen wordt gehandeld ­ gelijken-
F. miskenbaar hier het geval is ­ daar mag niet willekeurig, wat
i i in de wet alleen omtrent het ééne onderwerp wordt gezegd,
*1 door den uitlegger ook op het andere worden overgebragt. ‘
‘/ Anderen hebben dan ook een anderen weg ingeslagen. Ze
j J hebben uit den zin van het woord "Z>eZ@den" de volko-
j men vrijheid der kerkgenootschappen bij gevolgtrekking
l afgeleid, omdat in het tegenovergesteld geval, wanneer het
ü individu niet in gemeenschap met anderen de voorschriften
T en plegtigheden züner godsdienst mag waarnemen, van vol-
k `Q komen vrüheid van belijdenis geen sprake zou kunnen zün.
lg Maar ook­die bewüsvoering, hoe scherpzinnig ook, kan niet
worden toegelaten. "leder belijdt;" ­ de grondwetgever heeft
‘ hier blükbaar alleen aan de individuele belüdenis gedacht, aan
i de vrijheid van het individu om die godsdienstige overtuiging,
j of overtuiging omtrent de godsdienst, te koesteren en, hetzü bn
· monde of in geschrifte, naar buiten te openbaren, die hg-zelf
‘ voor de ware houdt. Maar, vraagt men welligt, heeft de
l grondwetgever dan aan de kerkgenootschappen geen volkomen
vrijheid verzekerd? Buiten eenigen twijfel; ­ maar in twee
andere artikelen. Vóór 1848 kon alle "openbare oefening
van godsdienst ," en dus heel het bestaan van een kerkge-
nootschap, worden “belemmerd," wanneer er "de openbare Y
orde of veiligheid" door "zoude kunnen" gestoord worden
i (art. 191); ­ de herziene grondwet laat (in art. 167) alle open-
) bare godsdienstoefening binnen de kerkgebouwen vrij. "De
gedachte, dat toelating van een kerkgenootschap en van zijne
E inrigting aan bepaalde regels onderworpen was, werd geheel
uit de grondwet verwijderd ‘." En door een geheel-nieuw
artikel (170) is de bevoegdheid der kerkgenootschappen tot
zelfregeling, zonder voorkennis of inmenging van het staats-
gezag, met ronde woorden erkend; - de tusschenkomst der
. Regering bij de afkondiging van kerkelijke voorschriften j
L wordt door dat artikel uitdrukkelijk buitengesloten. Som-
i _'_`_"" l
l 1 De heer Thorbecke (Handd., dl. II, p. 480).
1
1
;'·`¥
til