HomeDe aprilbewegingPagina 137

JPEG (Deze pagina), 831.94 KB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

l
lê ­
W 122 ­
it is, of de grondwet het nemen van zulke maatregelen aan den
j Staat veroorlooft. Door de antirevolutionairen en ministerielen
werd ze toestemmend, door de eonstitutionelen en Roomsch­
“ katholieken ontkennend beantwoord. Zeven dagen lang - gedu-
i rende heel den loop der algemeene beraadslagingen ­ was de
‘ t spil waar heel de discussie om draaide, het onderwerp waar
alle redevoeringen over handelden. Trouwens, het was een
i hoogst­belangrijke vraag, de vraag, of` het Aprilministerie
_- zich ter wille van bekommerde adressanten aan iniskenning
V; van het goed regt der Roomselvkatliolieken, aan verkorting
° der kerkelüke vrijheid door de grondwet gewaarborgd, had
i schuldig gemaakt. Het was een vraag, van wier beant~
T? i woording bij de beoordeeling, zoowel van de adressen tegen
de bisschoppen als van de vrucht dier adressen (de wet op
j de kerkgenootschappen), alles afhing.
Daaraan gedachtig, willen we nu een poging wagen om
, ` de vraag kort, juist en helder te beantwoorden. lVe wil-
iv len beproeven o1n het beginsel, dat aan de wet op de kerk- ‘
T genootschappen ten grondslag ligt, aan de grondwet te
H toetsen.
Vooraf dienen we een bedenking te weerleggen, die wel-
l- ligt bü sommigen reeds is opgerezen; ­ de bedenking na-
¤ melük, dat heel het onderscheid tusschen praeventieve en
repressieve maatregelen denkbeeldig is. Althans, ze is ge-
T maakt in de Tweede Kamer. Uit de stelling dat, niet de
wet van God, maar het belang der maatschappij en van
haar leden de grondslag en het regt van het mensehelijk
strafregt is, - "dat eene daad strafbaar is omdat zij door
den wetgever bevonden is nadeelig te zijn voor den staat,"
il heeft men de gevolgtrekking afgeleid, dat dus "iedere wet, `
waarbü eene daad, als nadeelig voor de algemeene rust en
i veiligheid van den Staat, wordt gereprimcerd met eene straf`,
praeventief is, omdat zij door die st1·at`po·m;c¢zieert het nadeel,
" dat door die daad aan de rust van den Staat wordt toegebragt ‘."
Dat de straf`, waarmeê b. v. de roover en moordenaar door den
j; Staat wordt getroffen , onmagtig is om het nadeel te voor/comm,
j hetwelk zgn moorden aan de rust van den Staat en aan soni-
mige van zün leden heeft toegebragt, zag men voorbij. Men
merkte niet dat men met woorden speelde. De juistheid
van het beginsel, dat het strafregt geen anderen grond en
A 1 De heer van der Brngghen (Handel., dl. II, p. 233 en 284).
4.;
te *