HomeDe aprilbewegingPagina 133

JPEG (Deze pagina), 820.78 KB

TIFF (Deze pagina), 6.79 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

il . ë
j ­~- 1% ­--- E
j genoemd is, kwam de bepaling voor: "de thans­bestaande
organisatie der Katholieke en der Protestantsche geestelük-
heid wordt gehandhaafd" (art. 206). Het bestaande werd
i dus bestendigd. En nu is het wel waar, dat Napoleon door l
zijn decreet van G Jianuarn 1811, tegelijk met eenige lion-
jl derden andere wetten, ook de wet van Germinal hier heeft
ingevoerd. Maar die invoering geschiedde "behoudens de
lil bijzondere wijzigingen die door Ons zgn of zullen worden
· aangebragt voor diezelfde departementen." En daardoor is Q
l_ de bepaling van het vroegere decreet in stand gehouden,
de bestaande kerkelhkc organisatie in het eigenlüke Noord- l`
Nederland gehandhaafd. De wet van Germinal moest dus
wel krachteloos blüveng ­ want de organieke bepalingen l
konden alleen uit het concordaat leven en kracht ontvangen.
i Door het Fransche Gouvernement is het dan ook althd zóó
T begrepen. 1/Ve moeten echter erkennen dat het nog niets anders i
Ei bewnst, dan dat in het eigeazlyk-gezegcle Noord-Nederland de
jl wet geen kracht heeft gehad. En men herinnert met zekeren
ophef, dat dan toch in een gedeelte van het tegenwoordige l
{ij Nederland, in Limburg en Staatsvlaanderen, de Wet onbe­
tvvistbaar is uitgevoerd. Dat is dan ook zoo. Die beide j
ïf provincies waren, op den oogenblik toen het coneordaat ge-
sloten werd, declen van Frankrük, en bg gevolg werd de
wet van 8 April 1802 ook­daar ingevoerd. Maar men ver-
geet dat ze vanzelf haar kracht weer verloren heeft, toen die
* streken in 1813 en 1814; ophielden, deelen van Frankrük te l
‘ zijn 1. En gesteld dat ware niet het geval geweest, dan zou
. ze haar toch onbetwistbaar verloren hebben toen Limburg
en Staatsvlaanderen aan de werking van het coneordaat zijn gg
onttrokken en onder de hollandsche missie gebragt. En ’t in
i was in 1853 de vraag niet of ze in die twee provincies j
j "7ze¢ bestaan 2" ­ dat Werd nooit door iemand ontkend-
1 maar of ze er nog bestond. Dit laatste deed ze, gelük we A
ll hebben aangetoond, niet. En het zij ons geoorloofd, ten
overvloede nog te herinneren aan het oordeel, door de com-
êj missie tot onderzoek der wetten van Franschen oorsprong
i inderthd uitgesproken; - een oordeel, dubbehbelangrük om- l
( dat het de vrucht was van een zuivenregtskundig onder-
1 De Heer Thorbecke (idem, p. 483).
2 Gelijk de heer van Hall zich onvoorzigtig heeft laten ontvallen (idem, jj
p. sin).
1
j l
l
i l
E,