HomeDe aprilbewegingPagina 132

JPEG (Deze pagina), 795.17 KB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

L

M 12v ­­­
vindt uitgesproken. Integendeel, die overeenkomst om in
het noordelijk gedeelte van het Rijk nu te gaan toepassen
wat in het zuidelijk gedeelte reeds-lang was ’ó7Zg@’U0@’l`CZ, be-
wijst dat het in dat noordelijk gedeelte nog geen “wettig
j bestaan" had; ­ want anders ware de overeenkomst noode­
loos geweest. Maar bovendien, de overeenkomst loopt vol-
strekt-niet over de wet van Germinal, doch alleen over het
concordaat van 1801; ­ erkenning van "het wettig bestaan"
dier wet is dus door haar zeer zeker niet geschied. Men
ë heeft dan ook ten langen laatste, al zün vroegere bewerin-
gen wêersprekend, zich bepaald tot de bewering dat de wet
door het concordaat van 1827 in de noordelijke provinciën
zou zijn "imgev0erct ‘." En die bewering is althans inzóóver
l juist, als er de bekentenis in ligt opgesloten dat de organieke
bepalingen, de bepalingen die tot uitvoering van het concor-
daat dienden, in Noord­Nederland geen "wettig bestaan”
konden hebben vóór het coacordaat. Maar het positieve ge-
ï deelte der bewering kan redelijkerwijs niet worden aange·
nomen. De organieke artikelen, die zulk een belangrük on-
derdeel der wet uitmaken, waren het werk van Napoleon, en
de pauselijke Stoel had er indertijd nadrukkelijk tegen ge-
protesteerd; - nooit zou derhalve deze laatste in 1827 een
j overeenkomst hebben gesloten, wanneer het te voorzien
. ` ware geweest dat daardoor die artikelen i11 Noord-Nederland
verbindende kracht zouden krijgen. De wet zou dus in geen
geval door het concordaat hier zijn ingevoerd, maar alleen
in Zgaregteri strgtt met den geest dier overeenkomst. Doch heel
die invoering is niets meer dan een bloote onderstelling.
En al ware het anders, - al ware ze ook een feit, dan was
toch­nog de wet die door het coneordaat heet te zijn inge-
voerd, met het concordaat weer vervallen. In 1853 had dus
van haar geldigheid in geen geval sprake meer kunnen zijn.
Maar ~ en dit is het tweede punt, waarop we de aan-
dacht vestigen ­ in ieder geval heeft de wet in het groot··
_ ste gedeelte van dit Rijk nooit verbindende kracht ge­
Y had, en wciár en ivizoover ze die ooit mogt bezeten hebben,
I had ze haar reeds­lang weer verloren. In het bekende
lr decreet van 18 October 1810, dat niet ten onregte "de
burgerlijke grondwet der nieuw-ingelijfde departementen W
I De heer van Hall {idem, p. 356).
i * De heer Meeussen (idem, p. 105).
ll

I