HomeDe aprilbewegingPagina 127

JPEG (Deze pagina), 805.22 KB

TIFF (Deze pagina), 6.73 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

l ~ { ~" "··~’#­*·-·~·-· ------~~--- . Y,
l .
l
j ­­- 122 -­­· `
j de Tweede Kamer deed toekomen, was een nota van wüzi­
{ gingen gevoegd, waaruit dat duidelük bleek. WVe willen er
j niet eens van spreken, dat nu aan den Koning de bevoegd-
heid ontnomen was om sommige geestelijken een eed van
j trouw aan Zijn persoon en van gehoorzaamheid aan de staats- l
j wetten af te vragen; ­ want het artikel was weggevallen, l
omdat de Regering had "opgemerkt, dat men het voorschrift
j niet anders toepasselijk oordeelde dan op hen, welke zich j
i onder eede aan den Pauselijken Stoel verbinden ‘;" en in _;
j dezen laatsten eed was nu een bevredigende wijziging ge- l
j bragt. Yvelligt kon dus het "onzedelijk2" voorschrift, waarop `
. men in de hitte der beweging met zooveel heftigheid had
aangedrongen, ook naar de ineening der antipapisten nu
{ worden gemist; - te meer daar de wet hare vijandige strek-
l i king tegen de Roomsoh­katholieke Kerk toch bleef behou-
j ij den. lá[aar ’t waren de overige wijzigingen die, om hun
{ aard en oorsprong beiden, groote bekommering wekten bü
­ de kerlïelijk-liberale partij. Met schrik zag men, dat de Re-
j . gering in de hoofdpunten had toegegeven aan de eischen
ij der antirevolutionaire partij, - dat ze aan een kleine maar
{ l heerschzuohtige factie, wier bedoelingen op het gebied der
Kerk men nog­alt§d heimelhk bleef mistrouwen, ter ver-
I Qi zwakking van een heilzaam ontwerp de hand had geleend.
ii ff Het bleek nu een feit te zijn, dat de antirevolutionaire partij
een overwegenden invloed op het Bewind uitoefende, en dat
l ze daarvan ter wille van haar "zelfstandigheid der Kerk"
` en haar "regt der gezindheid" tegenover het uitgedrukt
verlangen van de groote meerderheid der Protestanten ge-
‘ bruik maakte. In het gewijzigde ontwerp was nu aan de
j kerkgenootschappen geen vrijheid tot eigen organisatie meer li
"geZctte2z”; - uitdrukkelijk werd verklaard, dat ze die vr§­
l heid "/teZ>Z>em" (art. 1). Daarbü, de mededeeling der organi-
satie aan het staatsgezag zou nu alleen "vóór of bp het in
werking brengen" behoeven te geschieden; - nu zou dus
de staat niet langer heel de organisatie kunnen tegenhouden,
eenvoudig door aan een of andere bepaling, "welke de me-
l dewerking van het staatsgezag vereiscl1t", zijn goedkeuring
'E ‘ Handel., dl. II, p. 55.
j ’ Handd., dl. U, p. 39. ­ Oordeel van “dc groote mecrderlieirl" dor Tweede
s j Kamer.
E
{