HomeDe aprilbewegingPagina 126

JPEG (Deze pagina), 803.73 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

'
-­­ 121 -­·-
bekende fabel ­ zich wüselijk vereenigd hadden, die wet
werd nu door het orgaan der antirevolutionaire partü "in
verscheidene bepalingen, gclglc ze daar ligt, onaanneme-
lijk "’ genoemd. En "of` ze door wtjzigingm ctaoznmnclgk kan I
. wowlem gemaakt, is twijFelachtig;" - trouwens, het zou dan '
in ieder geval "eene wet van tegenovergestelden zin" moe-
ten worden. Ook het voorloopig verslag, door de Tweede
Kamer omtrent het wetsontwerp uitgebragt, voorspelde aan
bekommerde adressanten weinig goeds. Het oordeel over
i, de wet, als geheel beschouwd, was "meestal niet gnnstig‘2”
geweest; - men was tot de slotsom gekomen, dat ze "in
meer dan één opzigt eene gevaarlüke strekking voor de vrij-
’j heid en zelfstandigheid der kerkgenootschappen had “." Er
was blijkbaar 11iet aan gedacht, dat de wet dienen moest
jg tot beteugeling der Roomsch-katholieke Kerk; ­ dat ze, in
Protestantsclien zin toegepast, daartoe uitstekend­geschikt
was; - en dat de kerkelük-liberale partij in de Hervormde
Kerk zich dien baml van het staatsgezag gaarne laat wel-
lp gevallen, wanneer er de swzm van het staatsgezag, b. v. te-
gen de afgescheidenen of Roomsch-katholieken, door ver-
worven wordt. l/Ien scheen, zoo al niet tot verwerping, I
` dan toch minstens tot verzwakking der wet geneigd. De
E Regering bevond zich dus in een allermoenelhksten toestand; -
jj ze had te worstelen, niet alleen met het verzet der Roomsch-
jj katholieken, maar ook met den tegenstand van de Tweede j
‘j Kamer, en vooral van de antirevolutionaire partij. In dien
stand van zaken begreep de kerkelijk-liberale partij, dat het
ïl zaak was, alle grieven te verzwngen en "de Regering in
il de goede rigting te steunen "." Daarom vroeg tegen-
I? over de adressen der antirevolutionairen ­­ die alleen in het
algemeen aan een wet, als "het nationaal protest van April
in wettelijken vorm, "" hun zegel liechtten ­ ovzgctvyzigclc
aanneming van het wetsontwerp, althans wanneer de wijzi-
gingen mogtcn strekken om de kracht der wet te verzwakken.
Reeds zes dagen na de openbaarmaking van het verslag
der Tweede Kamer bleek het, dat de Regering weinig­ge-
zind was om in "de goede rigting" voort te gaan. de
memorie van beantwoording, die ze den Qdm Augustus aan
‘ De Ned., 110 937. . ” Handd., dl. II, p. 31.
3 Idem, p. 32. ‘ De Morgenster, n" 943.
·‘ De Ned., n" 0-L3.