HomeDe aprilbewegingPagina 123

JPEG (Deze pagina), 816.75 KB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

.1 ‘
a
'I ­·­- 118 -­
eenerznds is geschied ‘;" ­ en inzóóver bedoelde welligt het
orgaan der antirevolutionaire partij, dat "de regten der Pro-
testanten" door den inhoud der nota’s werden "voorgestaan."
We Willen daartegen niet doen opmerken, dat ook-dit punt
geen "diplomatieke aanraking" noodig maakte, daar het
eveneens bij de wet werd geregeld."`Maar we vragen: met
li wèlke middelen heeft men die zoogenaamde "regten" der
g Protestanten verdedigd? Op welke gronden heeft men de
erkenning van het feit der kerkregeling geweigerd? Men
Qi A begint, met zich tegenover den pauselüken Stoel te beroe- '
pen op een artikel der grondwet waarvan men den zin ten
ë eenenmale verwringt. Men geeft namelük een wenk, dat
de aangekondigde kerkregeling welligt zal moeten belet
worden, daar de grondwet den Koning den pligt oplegt,
te waken dat de uitoefening van geen godsdienst hoege-
naamd 2 de orde of de openbare rust verstore 3; ­ en dat,
terwijl in het artikel waarop men zinspeelt (art. 167) alleen
van de “godsdienst0<%¢¢zi»zg," dat wil zeggen: van de bijeen-
komst der belüders eener godsdienst op een bepaalde plaats
tot gemeenschappelijke godsvereering, wordt gesproken. In
Q zijn tweede nota gaat men zich beroepen op een uitdrukking,
in een der nota’s van het vorig ministerie gebezigd, dat
namelük "de Koning geneigd is, aan züne Katholieke on-
derdanen al toe te staan, wat zouden kunnen vorderen;"-
, en men legt een bijzonderen nadruk op die woorden "t0e
j' te stacm," alsof men meent dat het woord "v0¢·0Zerm" door
{ niemand zou worden gelezen. Doch - gelijk te begräpen is ­
met die beide bewüsgronden toch eigenlgk zelf niet voldaan,
besluit men eindelijk om den knoop maar door te hakken, H
en ontzegt alle verbindende kracht aan de nota’s, door het li
vorig ministerie met Rome gewisseld. "Het blijven loutere
nota’s, alleen strekkende om het gevoelen te doen kennen
van het Ministerie waarvan zg zün uitgegaan ‘." Men ver-
j geet, in zijn ijver om de regten der Protestanten voor te
staan, zich­zelf af te vragen, of een concordaat, als een l
j overeenkomst met het hoofd van een kerkgenootschap, wel
l gelijk kan gesteld worden met een internationaal verdrag - ‘
j V ‘ Nota van 27 Junij (Handd., dl. I, p. 447).
2 "L’exercice d’aucnn culte religieux."
j " Nota van 10 Mei (Handel., dl. I, p. 407).
j ‘ Nota van 97 Junij (idem , p. 443). j
I
E
l
e