HomeDe aprilbewegingPagina 121

JPEG (Deze pagina), 797.18 KB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

gi til FFI
( .
_ -­- 116 ­--
Ook het gemis van voorafgaande mededeelingen laat het
l_ nieuw-opgetreden Gouvernement rusten. Het verklaart, niet
te zullen "herhalen "’ wat daaromtrent in van Zuülens
schrijven van 7 April was opgemerkt. En wanneer dan de
pauselijke Stoel de bevreemdende verzekering geeft dat hij
1 in het bezit is van “stellige bescheiden, waaruit blükt, dat
pj die mededeeling inderdaad is gedaan °·’," bepaalt het Ne-
E derlandsche Gouvernement zich tot de opmerking dat het
ll "geenerlei kennis draagt" van die stukken en zich dus moet
"houden aan de inlichtingen, door de vorige Ministers ge- "
l geven ";" - en het voegt er de uitdrukkelijke verzekering
1 bij, dat het op die zaak "niet terugkomen" zal. Het punt
waar het eigenlhk op aankwam, waar de eer van den Ne-
j derlandsehen Staat en nu ook van Nederlandsche staatslieden
meê gemoeid was, waar de spanning en tweedragt in den
lande hun oorsprong voor een groot deel aan dankten, ver-
klaart het Gouvernement te zullen laten voor hetgeen het is.
g Het Gouvernement gaat verder. Het deelt zijne ineening
i omtrent het vraagstuk der kerkregeling aan den pauselijken
Q Stoel mede, "eeniglijk en alleen om een nieuw bewijs te
l geven van de achting, die het voor Zijne Heiligheid heeft *."
l Het legt omtrent den oorsprong en de strekking der wet,
wier aanstaande indiening het den pauselijken Stoel aan-
kondigt, de voor Nederlandsche adressanten zeer verontrus-
tende verklaring ai`, dat het "volstrekt noodig" is "dat, al-
vorens gevolg worde gegeven aan de regeling van een kerk-
genootschap, het vrggcvigc beginsel dar Grondwet door eene
nieuwe wet, die de thans-bestaanden afschaft, in algemeene
en eenparige toepassing worde gelwagt ä." J a, het heeft voor
de betuiging van (16311 pauselijken Stoel, dat hij "de onaf-
hankelijkheid der Gouvernementen erkent en eerbiedigt 6,"
de lofspraak over, dat die uitdrukkelijke verklaring "zoo
zeer met het bestendig gedrag van Züne Heiligheid strookt,
dat ze bijkans overbodig ware te achten 7." Het vergeet ten
l ' Nota van 10 Mei (Handd., dl. I, p. 403).
2 Nota van den pauselijken Stoel, d.d. 1 Junïj (Handd., dl. I, p. 429).
3 Nota van 27 Junij (Handd., dl. I, p. 441 en 443).
L 4 HPOLIP (lO1lllL!l’, et lIl1l((l1(‘IlG11lZp€l.I' CC Il'lOlZlf, l1llG l10llVC1lC I)l'OllVC (ICS ég`€].I`(.lS
qu’il a pour sa Sainteté" (Handd., cll. I, p. 444).
5 Nota van 27 Junïj (Idem, p. 445).
l G Nota van den paus. Stoel (Handd., dl. I, p. 435).
l 7 Nota van 27 Junij (idem, p. 445).