HomeDe aprilbewegingPagina 117

JPEG (Deze pagina), 827.32 KB

TIFF (Deze pagina), 6.77 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

iii ­­ 112 ­ I
’ einde; ­ de heer Lightenvelt had, volgens het officiële dag-
, blad van Rome, die stad reeds meer dan een week geleden
jl. verlaten; ­ een lid der Kamer’ stelde nu voor, om althans
de beraadslaging over de büzondere artikelen uit te stellen,
daar de terugkomst van den minister niet ver meer verw§­­ l
{A derd kon zün, en de blaam van partädigheid tegen de
Roomselvkatholieken op de Tweede Kamer niet rusten
t` moest. En de Regering? Over het vermoedelijke tndstip
van die terugkomst bewaarde zij het diepste stilzwügen; -
maar om toch goed te doen uitkomen dat er in geen geval
jij op den minister moest gewacht worden, nam ze tot de
lï zeer verrassende stelling haar toevlugt: "hier bn dit wets·
ontwerp is niemand meer vreemd aan de zaak ..... , dan de
Ministers der beide Eerediensten 2." Omtrent dat punt
scheen dan ook tusschen den heer Lightenvelt en zün ambt-
genooten volkomen homogeneïteit te bestaan. Althans, hij
kwam niet terug voordat de behandeling van het wetsont-
, werp in de Tweede Kamer was ten einde gebragt.
Maar nu ging over vele dingen, voor ieder die zien wilde,
i een licht op. Het bleek, dat het der Regering niet zoo
"moe§elijk" moest zün geweest als zg gemeend of althans ge-
j zegd had, het gevoelen van den afwezigen minister over de
gewijzigde wetsvoordragt te kennen; ­ want de heer Ligh­ .
i tenvelt kwam het nu openlük in de Eerste Kamer verkla-
ren: "ik zal er rond voor uit komen, dat ik mü tegen het
j beginsel verklaard heb, om het toezigt over kerkgenoot- ï
l schappen te regelen bij wet, en dat ik ook deze wet in vele §
l harer deelen tot het laatste toe bestreden heb 3." Daardoor
bleek meteen, hoe juist de vroegere verzekering der Re-
gering was geweest, dat "de welbegrepene beginselen van '
ministeriële homogeneïteit" ongeschonden waren bewaard. j
Wvant er was blükbaar niets anders gebeurd, dan dat de {
minderheid in den ministerraad zich aan de meerderheid Q
had onderworpen; ­ iets wat bü een vraagstuk van zoo on- i
dergeschikt belang den minister van Roomsclrkatholieke Q
eeredienst, wien immers heel de zaak "vreemd" moest blij- T
ven, voorzeker vrästond. Bovenal bleek nu, dat er omtrent l
l de opregtheid der Regering geen de minste twüfel meer kon
overblijven.
_`“l"_ 1
j ‘ De heer Blaupot ten Cate. l
{ 2 De heer Donker Curtius (Handd., dl. II, p. 537). j
i 3 Bijblad van 7 September 1853 (Handd., dl. III, p. 224 volggm). j
l e `
I j 1
l j 9,
1 i
l
l
\l Y V __ ____ _r_>_ ___ d F"; N M _ ­,,..,11,­­e-­»-­»-