HomeDe aprilbewegingPagina 113

JPEG (Deze pagina), 857.18 KB

TIFF (Deze pagina), 6.65 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

i
E Y
-­ 108 -
­
jr ten. Uit vrees voor erger, ondersteunden ze een ministerie,
dat zijn afkomst stelselmatig bleek te verloochenen, en na-
V men ze den sohnn aan alsof ze werkelük overtuigd waren,
s dat men van dat ministerie voor de zaak van het Protes-
tantisme nog iets goeds mogt verwachten.
· Het was eene zelfverlooehening, waartoe voorzeker groote
zelfbeheersehing werd gevorderd. WVant nog-onlangs, nog
daags vóór de aanbieding van het wetsontwerp dat althans
in enkele trekken zün oorsprong en strekking verried, was ,
g men op zulk een zware proef gesteld. Men had door zün
adressen het ministerie Thorbecke ten val gebragt, omdat
men vreesde dat het de bisschoppen niet keeren en de eer
van het vaderland tegen Rome’s aanvallen niet verdedigen
zou. Maar dat ministerie had ten minste onzen gezant nog
uit Rome teruggeroepen. Reeds had men, om des vredes
wille en altijd in de hoop op "billijke bevrediging," gezwe­
t gen toen de nieuw-opgetreden bewindslieden op die hande-
L ling van hun voorgangers waren teruggekomen, den gezant
bevolen hadden om in Rome te blüven, en nieuwe onder-
handelingen met den pauselijken Stoel hadden aangeknoopt. l
j. Maar nu had men die eerste daad door een tweede van ä
veehbedenkelüker aard zien achtervolgen. De Staatscourant
van 30 Jung had namelük het verrassend berigt gebragt, ;
li dat de minister van Roomsch­katholieke eeredienst "met j
eene bijzondere missie" naar Rome vertrokken was. Büna i
op denzelfden oogenblik waarop hier een wetsontwerp werd
V ingediend om het toezigt op de kerkgenootschappen eigen-
j magtig en zelfstandig van staatswege te regelen, had men i
een van ’s Konings ministers zien henenzenden naar het E
‘ hoofd van een der kerkgenootschappen welke aan die wet
zouden moeten gehoorzamen, - zien henenzenden, in strüd A
jj 1net het Protestantsoh­constitutioneel beginsel, als afgezant j
` van den Staat aan de Kerk, ­ zien henenzenden, in strüd
met veler billijke verwachting, als bemiddelaar van de be-
in leedigde partä aan den beleediger. Voorwaar, het moet moeite g
§” gekost hebben, bh het hooren van dat feit den gloed der
verontwaardiging te bedwingen, en geduldig den wreeden
W spot te verdragen der tegenpartü, die telkens­weêr vroeg of
i de zending van den heer Lightenvelt nu een deel was van
de "billi_jke bevrediging," waarop men drie lange maanden
had gehoopt. Het orgaan der antipapisten, anders zoo hef- g
tig van toon en zoo stout in znn eischen, moet noode zich

‘ á