HomeDe aprilbewegingPagina 110

JPEG (Deze pagina), 842.03 KB

TIFF (Deze pagina), 6.60 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

3 - 105 ­-
j katholieken aan smaad, hoon en verguizing van allerlei aard
i blootgestaang - geen scheldnaam, die tot brandmerking van
hun geloof en hun personen ongeschikt was gekeurd; - en
degenen, die dat deden, waren niet maar­enkelen, doch
bijna heel de Protestantsche bevolking van Nederland. Nu
is het wel waar, door de Roomselbkatholieken was het alles
rustig en lndzaam verdragen; - maar mogen we daarom aan-
nemen, dat het geen diepe sporen had achtergelaten in me-
nig gemoed? Immers neen. En nu kwam ook de Rege-
ring des lands zich in de beweging werpen; - nu kwam
- de maat volmeten door het aanbieden van een wetsontwerp,
iv welks vüandige strekking tegen de Roomsch-katholieke Kerk
j ze vruchteloos poogde te verbloemen en juist­daardoor nog
` je sterker deed uitkomen; ­ het is maar al te begrijpelük, dat
de lang­bedwongen verbittering nu losbarste, ­ dat nu ieder
i vrijwillig en gaarne het zijne deed om althans de aanneming
t eener wet te helpen verhoeden, wier oorsprong en strekking
,j beiden den Roomsch-katholiek met wrevel moesten vervul-
len. Maar al ware het ook anders, al had de geestelükheid haar .
oppermagtigen invloed op de leeken noodig gehad om het
petitionnement aan te wakkeren , nooit mag vergeten wor-
j den dat het hier een petitionnernent van geheel­anderen
il aard gold dan in April. Toen gold het een verzet tegen de
kerkelijke vrijheid van cmdersclenlceozdevz; - nii gold het de ver-
_% dediging der eigene kerkelnke vrijheid tegen dreigende aan-
E randing. Toen was het doel, den steun der wereldlijke magt
in te roepen tegen een handeling van een ander kerkgenoot-
T schap, die geheel binnen eigen kerkelijken kring bepaald
jj bleef; ­ nu gold het de verdediging van zijn eigen kerkelük
" bestaan tegen dat overmagtig en ongeoorloofd bondgenoot-
1 schap. Nu de Staat ter wille van een ander kerkgenoot-
‘ schap de Kerk in haar geestelijke levensverrigtingen dreigde
te beperken, en wat de Kerk in haar belang noodig mogt
oordeelen binnen haar eigen kring, zoodat het oog of oor
» van andersdenkenden er niet door gekwetst werd, geheel of
gedeeltelnk dreigde te beletten, nu mogt en moest de gees-
telijkheid zich aan de spits stellen om, zoo mogelijk, te voor-
komen, dat op het eigenaardig levensgebied der Kerk zulk
een verregaande en voor haar allerverderfelijkste inbreuk
werd gemaakt. Overigens was het petitionnement­zelf een
volkomen­onberispelijke, door de grondwet geoorloofde daad,
gelijk het petitioiiiieinmit der Protestanten in April dat op-
»