HomeDe aprilbewegingPagina 11

JPEG (Deze pagina), 770.60 KB

TIFF (Deze pagina), 6.60 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

A "’ Q
l
" ï
­` is Y- §
petitionnement, verzet ook tegen Thorbecke adeinde. Zij on--
dersteunde het met woord en daad, omdat het een drei·­ l
gende manifestatie tegen den schenner van haar regten was. j
Dat anderen ­­ en wel de leiders der anti­revolutionaire
partij en der zich liberaal noemende Protestanten - de be-
weging hebben aangevuurd en voortgeplant, kwam eveneens Z
voort uit een misnoegen op Thorbecke, dat reeds van veel- j
vroeger tijd dagteekende. Het was niet zoozeer vrees voor {
de bisschoppen, niet zoozeer verontwaardiging over den
toon en inhoud der pauselnke alloentie, die hen dreef om Q
de adressen in omloop te brengen, als wel hevige ontevre- j
denheid op Thorbecke, omdat hij hun liefsten wensch ver- j
ijdeld had. Die beide inagtige partüen hadden verlangd, dat de
4 Staat aan de Protestanten in het kerkelijke en in het staat- l
kundige den voorrang was blüven toekennen. Ze hadden
gewild, dat de toestand van vóór 1795 feitelijk was blnven
; voortbestaan; ­ dat de Roomsch­katholieken geen deel aan
het verkiezingswerk, bnna geen ambten en bedieningen,
geen kerkelijk bestuur naar hun wensch en behoefte gekre-
gen hadden. Ze vermeldden met ophef, hoeveel verstan-
diger in dat opzigt onze vaderen waren. "Onze vaderen
wisten reeds, dat verdragen geen gelükstellen, laat staan
voortrekken is. Zü verdroegen de Roomsehen in hun mid-
den "’. Ze hadden gewild dat de Roomseh­katholieken
als een hoop Heloten waren beschouwd, en riepen onop-
houdelijk: "de Nederlandsche natie, als natie, is Protes-
tantsch. 2" Van dat alles wilde Thorbecke niets weten.
HQ meende, dat het de taak eener billijke regering is, die
oude vooroordeelen en veeten niet te bestendigen, maar
zooveel xnogeläk te helpen uitroeijen. meende, dat l
Protestanten en Roomsch-katholieken beiden zonen zijn l
van hetzelfde vaderland, wier gelüke regten billijkerwijze ook l
gelükelijk moeten beschermd worden. Hij meende, dat er voor j
een billijke Regering op staatkundig gebied niet langer van een
Pr0z‘0smntschc, maar alleen van één ]Tcde1·ZcmcZsche natie sprake l
mogt zgn. Als lid der staatseommissie door wie de grond- j
wetsherziening is voorbereid, en als lid der Regering bleef j
hij aan deze zijne overtuiging getrouw. Daardoor heeft hij ;
den bitteren haat van vele Protestanten op zich geladen.
`Want men wilde dat in geen geval. Reeds bij gelegenheid j
l
I De Falrkel, n". 3. 9 Idem, n". 1. j
l
l
I
I
l