HomeDe aprilbewegingPagina 109

JPEG (Deze pagina), 834.83 KB

TIFF (Deze pagina), 6.60 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

I?
l
- 101 - j
ger dan tot de afkondiging der gewüzigde Grondwet op- Q
_ l(llI11lTl(;‘1),” niet omdat de herstelling der bisschoppelüke hier-
j archie na 3 November 1848 was geschied, maar eenvoudig
"0pcZat de staat van onze/cerhcid niet te ver worde uitgebreicl ‘.’°
, De toeleg was zóó verwonderlük-kunstig dat niemand, die ï
nooit van de Aprilbeweging had hooren spreken, aan de
wet het karakter eener gelegenheidswet zou hebben toege-
kend. Dezulken zouden er niets anders in gezien hebben, dan
wat het Aprilministerie van de Nederlandsche Roomsch-ka-
tholieken verlangde, -l1et noodzakelijk middel om tot afschafï al
fing te geraken eener zekere wet van Franschen oorsprong,
wier verbindende kracht vroeger uit het oog was verloren, 1
{ en die met "het beginsel van vräe godsdienst­belijdenis, door _ j
de Grondwet gevestigd °’," niet te ramen was. ik
Maar de Nederlandsche Roomsch-katholieken waren nu
eenmaal met de Aprilbeweging van zeer nabij bekend, en l
daardoor miste de berekening van het ministerie ten eenen-
male haar doel. De vnandige strekking der wet, bepaalde-
luk en uitsluitend tegen hun kerkgenootschap, ontging hun
= niet. En bovendien, ze zagen zeer goed, dat heel de ker-
kelijke vrijheid hier op het spel was gezet; - die kerkelijke
vrnheid waarvoor zn, minder geneigd dan het Hervormde jj
kerkgenootschap om op het staatsgezag te leunen, zoo lang j'
en zoo ijverig hadden gestreden. De natuurlnke gevolgen lj
bleven niet uit. De gemoederen kwamen in beweging. De
bekommering werd algemeen. WGld1`& stroomden uit alle g
oorden des lands adressen naar de Staten-Generaal, om op
de verwerping van het aangeboden wetsontwerp aan te
dringen. De "onmiskenbare spanning" bleek niet "bedaard" jg
te zgn, maar alleen verplaatst. Het petitionnement werd, `
vergelükenderwüs, onder de Roomsch­katholieken nu even
algemeen, als het drie maanden vroeger onder de Protes-
tanten was geweest. En nu moge het waar zijn, dat de
geestelijkheid daarop, door woord en voorbeeld, invloed
heeft uitgeoefend. Zelfs zijn we overtuigd, dat die algemeene ’
en onverdeelde ijver, dat helder en levendig bewustzijn van
de regten der Kerk, voor een deel ook daaraan hun oor-
Sprong znn verschuldigd geweest. Maar toch mogen we
niet vergeten, dat een andere, veel-magtiger, drijfveer heeft
medegewerkt. Reeds drie maanden lang hadden de Roomsch-
l M«·morie van toc·li«.·hting (idrm, jv, D). * Idem (idem, p. 7).
1