HomeDe aprilbewegingPagina 108

JPEG (Deze pagina), 823.22 KB

TIFF (Deze pagina), 6.62 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

- 103 -
schap zQn," zou geen klokgelui de geloovigen meer in het
bedehuis mogen bijeenroepen, dan met "toestemming van
’s Koni11gs Commissaris in de provincie" (art. 9).
1 ’t Is waar, in dien bitteren beker waren voor bekom-
merde adressanten eenige zoete troostdroppels gemengd.
Vooreerst was het op-zichzelf reeds een groote voldoening,
den gehaten vijand in kluisters te zien slaan; - geen enkel
antipapist rekende die overwinning ten koste van zijn eigen
vrijheid te duur gekocht. Maar bovendien, van Roomsche
bisschoppen zou nu in het vervolg een eed van trouw aa11
den Koning en aan de staatswetten kunnen gevorderd wor-
den (art. 2); ­ geen bisschops- of aartsbissehops-titel zou te-
genover het wereldlijk gezag of tegenover andere kerkge-
nootschappen "eenige aanspraak, rang of voorregt" geven
(art 4); - geen predikant van Ossendrecht en geen bisschop
van ’s Hertogenbosch zou door het staatsgezag als eigenaar
van zulk een plaats mogen beschouwd worden (art. 5); -
en bovenal, de Koning zou "in het belang der openbare
orde en rust" terug kunnen komen op “de al of niet ge-
schiktheid dier zetels of standplaatsen" (van bedienaren der
openbare godsdienst, of van vergaderingen, kerkgenoot-
schappen vertegenwoordigende), "welke zonder Onze goed-
keuring na den 3dGD November 1848 mogten zgn opge-
rigt, aangewezen of veranderd" (art. 6, tweede lid). Er werd
dus blijkbaar bij de Regering aan "bill§ke bevrediging" van
regtmatige grieven gedacht.
Maar tegelijk werd op een voorbeeldige wijze voor "eer­
biediging van de regten der Roomsch­katholieken" gezorgd.
Inweêrwil van de adressen zouden er bisschoppen mogen
komen, en inweêrwil van de adressen werd er tot de op-
rigting van een aartsbisdom van Utrecht wettelijk vrijheid
verleend. En overigens was ieder woord, dat aanstoot zou
kunnen geven, zorgvuldig vermeden. Geen enkele zinspe-
ling op den oorsprong der wet. Geen enkele maal, hetzij
in de wet zelve hetzij in de memorie van toelichting, het
woord "bisschop" of "aartsbisschop." Nergens een spoor,
hoe naauw-merkbaar ook, van goedkeuring der Aprilbewe-
ging. De aanleiding, zelfs tot de keuze van het tijdstip in
het tweede lid van artikel 6, werd ontveinsd; - het onder-
zoek naar de al- of niet­geschiktheid der zetels ot` stand-
plaatsen van de bedienaren der godsdienst, die zonder `slïo-
nings goedkeuring mogten zijn opgerigt, mogt rniei lwo-