HomeDe aprilbewegingPagina 104

JPEG (Deze pagina), 790.91 KB

TIFF (Deze pagina), 6.58 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

welker volbrenging het gezag der wet niet kan worden ge-
xnist." Maar bovenal sprak het in die troonrede van "de
hoog gestegene bekommering" die "opgeheven," en van "de
onmiskenbare spanning" die "bedaard" moest worden .....
door wering of niet­erkenning der bisschoppen? Neen,
door een wet. Het stelsel van "bill§ke bevrediging" zou
welhaast der natie in al zän luister tegenblinken in "eene
billgke en ovzparttjdige wet."
De wensch van de Fa/c/cel zou dus worden vervuld. De
Fcikkel had het reeds zeven weken vroeger ·doen opmerken:
"VVeet gg, waaraan de meest dringende behoefte bestaat?
Aan een wet die de betrekking van de kerkgenootschappen
tot den Staat regelt "’; - nu zou aan die "dringende be-
hoefte" worden voldaan. Die dagen van "onmiskenbare
spanning," waarin de twee groote afdeelingen der Christen-
kerk als vijandige legermagten tegen elkaêr overstonden,
zouden worden gebezigd om een "bill§ke en onpartüdige"
wet tot stand te brengen, die "het verzoeningsteeken tus-
schen de partüen 2" zou worden, en de eendragt onder
"de zonen van hetzelfde vaderland" weêr herstellen. Bekom-
merde adressanten mogten zich nu gaan verblijden in het
vooruitzigt, dat de lang-gewenschte "bevrediging" met zorg
werd voorbereid en welhaast zou komen; ­ constitutione-
len en Roomsclnkatholieken mogten zich nu gaan gerust-
stellen, in de overtuiging dat het nieuwe bevredigings­stel­
sel van geen andere dan wettelüke middelen zich bedienen
zou; ­ de steen der wüzen was gevonden, het staatsgezag
zou "bill§ke bevrediging" van overdreven, ongrondwettige
eischen met “eerbiediging van de regten der Roomsch­ka­
tholieken" weten te verbinden, zonder aan de eene of aan
de andere zäde haar doel te missen.
We zullen op den aard en de doelmatigheid van het ge-
kozen middel later, gelük van zelf spreekt, het oog moeten
vestigen. Maar reeds-aanstonds doet zich een vraag van
beslissend gewigt op, een vraag die hier ter plaatse dient
onderzocht en beantwoord te worden; ­ de vraag namelük,
inhoever de betrekking tusschen de kerkgenootschappen
en den Staat door een afzonderläke, exceptionele wet mag
worden geregeld; ­· inhoever de grondwet gewild en be- p
’ De Fakkel n°. 17.
” Een prophetie van den heer Wintgens (Handd., dl. II, p. 174).
7,:% i
1
i
l