HomeDe aprilbewegingPagina 103

JPEG (Deze pagina), 819.59 KB

TIFF (Deze pagina), 6.58 MB

PDF (Volledig document), 124.97 MB

-- 98 -
had, ten einde zoodoende bij wijze van minnelijke schik-
king tot het geven van een "billi_jke bevrediging" aan de
bekommerde Protestanten te worden in staat gesteld. Het
was een eerste maar treffend blgk, hoevéél men bn den val
van het ministerie Thorbecke voor de zaak van het Protes-
tantisme had gewonnen. Het was een eerste maar treffend
blük, dat men in waarheid een "tegenovergestelde rigting"
was ingeslagen. Het was een passende voorbereiding van
de dingen die komen zouden.
Te midden der heerschende spanning naderde de 14dC Ju-
ng, de dag waarop de buitengewone zitting der Staten-Ge-
neraal zou worden geopend en het stelsel van "billijke be-
vrediging," naar men vertrouwde, in heel zün omvang
blootgelegd. Onbeschr§fel§k­groot was de belangstelling,
waarmeê door heel het land de troonrede te gemoet werd
gezien; ­ en niet het minst door de duizenden, die wegne-
ming hunner grieven sedert bijna twee maanden vruchte-
loos te gemoet zagen. De bisschoppen waren gewüd, en
hadden ongestraft hun eed tot verdelging der ketters ge-
zworen; - de Nederlandsche gezant bleef maar­steeds in dat
Rome, dat Nederlands eer vermetel had aangerand; - zou
de beloofde "bevrediging" dan nooit komen? Zou men wer-
kelük niets anders zgn geweest dan werktuig en slagtoffer
eener politieke factie? Zou de tergende taal der vrijzinnige
en ultramontaansche couranten: “de bisschoppen komen
tocl1" door de uitkomst worden bevestigd? ­ Zoo begonnen
ze, niet zonder reden, te mompelen.
De troonrede kwam. En wat bragt ze?
Vele opmerkelüke stellingen. In die troonrede opperde het
Aprilministerie de, voor bekommerde adressanten niet zeer
bevredigende, meening dat "de wonde," door Rome aan het
nationaal gevoel der Nederlanders geslagen, wel “onwillekeu-
rig" zou zün toegebragt. In die troonrede maakte het aan de
natie bekend, dat de toestand eigenlijk nog moest "geb0m¢z
wo«rden," waarin door den Staat aan alle kerkgenootschappen
een gelüke bescherming kon worden verleend ; ­· maar dat
het dien wenschelijken toestand, welks bestaan men zich
dus sints 1815 ten onregte scheen te hebben ingebeeld,
door zgn waakzame zorg in het leven zou roepen. In die
troonrede sprak het de, voor het koninklijk praerogatief
weinig-vereerende, overtuiging uit, dat het zesde hoofdstuk
der grondwet aan de Regering verpligtingen oplegt, "bij