HomeDe cassatie-regtspleging in Frankrijk en eldersPagina 93

JPEG (Deze pagina), 662.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.84 MB

PDF (Volledig document), 70.31 MB

4
M va ­­ §
bepaalt. Het belang der wet is hier onafscheidelijk van het
« belang der partijen, en men kan niet om het eerste doel
te bereiken het vonnis easseren, en om het laatste partij
nog eens prijs geven aan de kansen van eene gelijke sehen- ,
- ding bij eene andere regtbank."
Göivnnn, die hier de bestemming van het Fransche Hof j
van cassatie, gm ne commïzf pas aa _/mzzl des aj"ai2·es, voor
ongerijmd verklaart, die te regt het belang der wet met
dat der bijzondere gevallen voor identiseh houdt, gelooft
niettemin, dat de geregtshoven niet zoo goed, als eene
bijzondere, tot bewaakster van het belang der wet gestelde
overheid, bevoegd zijn om voor dat belang te waken en
duistere wetten te interpreteren; daar zij slechts gewoon
zijn, naar den bijzonderen aard van het voorliggende regts-
geval te beslissen, er alleen op uit zijn, om tusschen de
partijen regt te spreken, wijl hun gezigtspunt door de
zorg voor het bijzonder belang daarvan gestoord wordt,
wijl hun de hooge geest der wetgeving faalt en zij niet
zoo zeer in staat zijn het wezen der wetgeving over het
geheel te beoordeelen.
Deze stelling komt, in ’t kort, hierop neêr: de regt-
banken zijn niet bekwaam, hare roeping te vervullen.
De regter is geroepen de wet uit te voeren. Wanneer
hij niet innig van den geest der wetten doordrongen is,
zoo is ’t hem niet mogelijk,] duistere wetten uit te leggen,
hetgeen hem dagelijks voorkomt, zonder dat hij eerst bij
een eollegie van wetgeving de uitlegging vragen kan; hij '
moet zich tot het standpunt der wetgevers kunnen ver-
heften; want bij twijfel moet hij eene wet uitleggen,
zoo als hem het redelijkst voorkomt; hij moet het wezen
der wetgeving over het geheel beoordeelen, anders verstaat