HomeDe cassatie-regtspleging in Frankrijk en eldersPagina 90

JPEG (Deze pagina), 634.50 KB

TIFF (Deze pagina), 6.71 MB

PDF (Volledig document), 70.31 MB

. ,1 lr
j .
l ­­~ 76 ­· `
, instantie heeft men nu zulk eene moeten toelaten, welke
ï ook voor min gewigtige regtszaken toegankelijk is.
i In strafzaken is men nu zelfs tot de ongehoorde onge-
j rijmdheid gekomen, dat er voor de minder gewigtige drie,
voor de gewigtigste maar twee instantiën zijn.
Ware het Hof van cassatie tegenwoordig niet zelf eene
regtbank van laatste instantie, hoe kon men dan nog van
de souvereiniteit der regtbanken spreken? Vroeger kon het
Hof van cassatie toch enkel de vonnissen vernietigen, nu
mag het zelfs voorschrijven, hoe de regtbanken te beslissen
hebben, zonder dat het met wetgevende magt bekleed zij.
Die vorm van eind­beslechting eener regtszaak is eene
hoogst ongelukkige.
Het weinigje tijds en kosten, welke het veroorzaakt,
kon men nog eens daarlaten, indien het niet of zonder
beteekenis en dus belagchelijk ware, of eene zeer slechte
beteekenis had.
· De regter moet des wetgevers wil volvoeren, al kan hij l
dien ook niet billijken; hij heeft niet noodig hem als wijze
te prijzen, maar behoeft zich slechts op hem te beroepen.
Hij moet, wanneer de regter in hoogere instantie een regts-
punt beslist heeft, op die beslissing voortbouwen, die hij
slechts bij te brengen heeft, zonder daarom de beschouwing
van den hoogsten regter tot de zijne te maken.
A Het áribmzal de renvoi moet dit laatste wel doen; het
moet, vaak tegen eigen overtuiging in, de beschouwing
van het Hof va11 cassatie, als de zijne verkondigen. Zulk
eene karakterloosheid zou men bij eenen regter, zelfs waar
het enkel vormen betreft, niet vermoeden. Nu zullen de
souvereine rcgtbanken niet eens meer de onvruehtbare
vrijheid van meening hebben.